Eindejaarsrelaas 2018

Zo. Inpakken en wegwezen met 2018. Natuurlijk had Allard gelijk toen hij zei dat het feit dat de klok aangeeft dat het 0:00 uur is geweest de gebeurtenissen uit 2018 niet verdwenen zijn. Nee, en voor een aantal zaken is dat maar goed ook. Maar toch voelt een nieuw jaar altijd weer als een verse start.. Een nieuwe kans, opnieuw beginnen.

2018 zal voor altijd het jaar zijn waarin ik mijn vader verloor. Het jaar waarin ik hem heb weggebracht naar de plek waar hij zou sterven. Nooit hadden we dat van te voren kunnen bedenken. Of op die dag, dat ik hem daar achter liet. De bezoekjes aan hem terwijl hij slechter en slechter werd. En toen de uiteindelijke dag van zijn sterven. Die ik zo intens beleefd heb met mama en Ferdinand. Maar ook met God. Hij was dichtbij me. Samen met mama heb ik papa zo dicht mogelijk bij God gebracht. Ik hoop dat hij het laatste stapje zelf heeft gezet.
We zijn nu 2,5 maand verder. Het gaat goed. Ik mis hem. Maar, -ja- het gaat goed. Het blijft zo ontzettend jammer dat hij al zo vroeg moest overlijden. Maar ik zie dat het met iedereen om mij heen eigenlijk best goed gaat. En ik voel dat dat met mij ook zo is. Op een andere manier is papa dicht bij me en gaat hij altijd met me mee..

2018 was dus een verlies-jaar. Niet alleen voor mij. Vreselijk nieuws over de gezondheid van een van onze vrienden. Het niet zo goed weten hoe we daar goed mee om kunnen gaan. Het proberen je niet op te dringen en er toch te willen zijn..
Het sterven van Harm sr. was ook intens. Moeilijk om je lieve vrienden te zien in het verdriet waar je zelf eigenlijk ook nog midden in zat. Wat een troost om te zien hoe onze meiden elkaar tot steun waren.  Hoe bizar om enkele weken na elkaar met onze vriendengroep weer een crematie te moeten meemaken.

Maar juist die vrienden maken het allemaal zo draaglijk. En zo mooi om te weten dat zij er altijd zullen zijn. Soms wat vaker, soms wat minder. Maar nooit met twijfel. Dank voor alles dat jullie doen..

Mijn waanzinnige gezin.. Zij geven mij zo veel Liefde. En ruimte om te kunnen zijn wie ik ben en te kunnen doen wat er op mijn hart ligt. Ik ben zo rijk met hen.. Zo trots op hen. Allard, voor jou heb ik soms geen woorden. Ik ben je niet waard. 🙂 Ik hou zo van je..

God was en bleef centraal staan in 2018. En ook in 2019 neem ik Hem weer mee. Ik mocht zo dichtbij komen tijdens de paas tour en in het Jozef project. Ik heb fantastische nieuwe mensen leren kennen. Ik heb de meest bijzondere momenten meegemaakt tijdens Jozef. Tussen de voorstellingen, tijdens de bidstonden waar vaak heel mooie dingen gebeurde. Waarin ik werd getroost. Waarin ik troosten mocht. Waarin ik intense Liefde van God voelde. Ik heb zo enorm gelachen, gedanst en gezongen.
Het jaar dat zo veel verdriet kende werd hierdoor voor mij zo enorm mooi afgesloten.

In nu stap ik 2019 in. Zonder papa, maar met een ieder ander die me zo lief is. Met een hele bups nieuwe vrienden die ik hopelijk snel weer zie. Met mijn sterke mama, mijn grote broer en mijn 5 liefdes thuis. En met God. Natuurlijk!

Dag 2018. Dikke doei! Ik dans 2019 in….

Papa

Je was ziek. Maar nog niet zo ziek dat je er nu al meteen aan dood moest gaan. En daarom ben ik het er dan ook helemaal niet mee eens dat dat nu wel zo is. Want het feit is dat je dood bent. En hoe vaak ik dat in de afgelopen weken ook al hardop heb gezegd, ik kan er nog steeds niet echt bij. Of ik wil er niet bij of zo. Alle clichés die worden benoemd en die ik zelf ook zeg kunnen dat ongeloof toch niet helemaal bij me wegnemen.

Het kakke van een cliché is dat ze meestal waar zijn. En dus zou je denken dat dat dan ook best een hoop verzacht. En ach, dat doet het eigenlijk ook wel. Want er ís jou nu eenmaal een hoop aftakeling bespaard gebleven. Er ís nu eenmaal ook een hoop zorg weggevallen. Mama’s toekomst ís nu weer wat vrijer en ze kómt nu weer meer tot zichzelf. Maar ik ben het er gewoon nog niet mee eens. Eigenlijk is dat nu, 3 weken na jouw overlijden, de conclusie die ik trek. Dat ik het allemaal zo intens jammer vind en dat ik het er niet mee eens ben.

De laatste 7 weken voor jouw sterven waren voor jou zo moeilijk te begrijpen. Je voelde je misschien alleen gelaten en wilde gewoon zo graag naar huis. En elke keer moest ik antwoorden dat dat niet kon. ‘Oh, jammer’, zei je de laatste keer dat ik je sprak. ‘Oh ja papa, dat vind ik ook zó jammer. Maar ik houd heel veel van jou’.

‘Ach pappie’, schreef ik op jouw kist. Ach pappie. Wat had ik je nog graag zoveel langer bij me gehad. Zoals je was voordat die ellendige FTD bezit nam van jouw prachtige zelf. Wat hadden we nog veel willen doen. Jij en ik. Jij en mama.

Het mocht niet zo zijn. En daarmee moet ik verder. Je kent me en jij weet dat ik dat kan. En dat weet ik zelf ook. In tegenstelling tot de afgelopen jaren waarin onze verhoudingen omgekeerd raakten ben je me nu weer vooruit. Ben jij nu verder dan ik. Voelt het nu alsof jij weer voor mij kunt ‘zorgen’. Mijn eerste optreden na jouw overlijden was al een paar dagen na jouw dood. Vrij onvoorbereid stond ik, druipend van het zweet, ‘Lopen op het water’ te soleren. Ergens was het fijn dat ik daarop niet voorbereid was. Hoewel mijn eerste reactie was dat ik dat écht niet wilde en ook niet kon besloot ik toch om het te doen. Ik kon me richten op jou. Want jij hoorde me zo graag zingen. En dus was dat liedje voor jou. En vanaf nu is elk liedje voor jou. Ook als ik het vergeet te zeggen.

Ik ben het er niet mee eens pap. Ooit zal het goed zijn in mijn hart. Ooit zal verdriet veranderen in ontroering en melancholie. Maar nu, nu voel ik verdriet. En heel veel Liefde. En met jou in mijn hart en de onmisbare troost en kracht van mijn God zal ik weer lopen op het water.

https://youtu.be/amsbJvpa9rY

Op pad…

Bijna 3 jaar geleden veranderde mijn leven.

Dat klinkt best een beetje dramatisch, nietwaar? En als je me kent zal je wellicht helemaal geen idee hebben van het feit dat mijn leven dan zo veranderd zou zijn. Of dat ík dan zo veranderd ben.. Toch is het gebeurd. Best drastisch ook. Maar de verandering speelt zich vooral af in mijn hart. Diep van binnen. De verandering zorgde vooral dat er een vuurtje werd aangestoken, dat er een nieuwsgierigheid werd aangewakkerd. Dat er vragen en een verlangen ontstonden. Het zorgde voor een stuk besef dat ik mijn leven niet leidde op de manier waarop dat éigenlijk wel zou moeten. En waarop ik het ook zou willen. Dat er iets heel Groots ontbrak terwijl ik me daarvan daarvoor niet bewust was. Ik werd me bewust van het gat in mijn leven en tegelijkertijd de enorme behoefte om dat gat te vullen. Het was alsof ik iets verloor, maar ook meteen wist hoe ik weer zou kunnen vinden. Dat ik een nieuw pad op zou moeten gaan. En dat dat niet altijd zo eenvoudig zou zijn! Met name omdat ik in mijn inner-circle dit pad zo goed als alleen bewandel. Ik zou op Jezus’ pad gaan wandelen. In Zijn voetspoor. Op naar een hernieuwde kennismaking met Hem (want ik ken Hem gelukkig al mijn hele leven) en het opbouwen van een écht persoonlijke relatie.

Ik omringde me zoveel mogelijk met mensen die me kon helpen op het pad. Met mensen die me inspireren en me inzicht en uitleg konden geven. Door een andere kerk te bezoeken, elke dag te lezen uit de bijbel, te bidden. En door zoveel mogelijk te zingen binnen de projectkoren van Martin. Omdat dát me zo het gevoel gaf dat ik dicht bij Jezus was op dat moment. En omdat God me, door Martin heen, zó dicht bij Hem brengt. Sinds die eerste keer Praise United weet ik wat zingen met je hart is. Wat het is als de muziek en de woorden zó bij je binnen komen.. Ik hoopte zo dat ik dat dat nog veel vaker mocht doen. En gelukkig mocht dat..

Ik mocht al zulke toffe dingen doen die twee grote passies samen brengen; Mijn Liefde voor de Here Jezus en de Liefde voor het zingen. Pfoeh, dankbaar enzo. Na de PU’s, de passie tours nu Jozef de Musical. Weer binnen een nieuwe groep, weer opnieuw in het verhaal en het leven van Jezus duiken. Man, man, wat is God goed. Voor mij… En hopelijk ook voor jou. Wil je het uitvinden? In december spelen we het prachtige Verhaal in De Basis in Apeldoorn.

logo-zwart

Mijn ‘toespraak’ voor de vrouwendag van de NGK.

Op 4 november 2017 mocht ik op de Nationale Vrouwendag van de Gereformeerde Kerk wat vertellen en zingen over mijn persoonlijke ervaringen in het thema:’ tot volle bloei komen’. Heel spannend want zoiets had ik nog niet eerder gedaan. Helaas zijn er geen audio opnamen gemaakt. Ik deel graag mijn bijdrage met de links naar de originele versies van de liedjes die ik heb gezongen. Uiteindelijk is het mijn ( heel) persoonlijke verhaal over mijn jeugd en mijn opgroeien geworden. Over mijn wandel met (en zonder?) God en over het keerpunt 2 jaar geleden..

 

Het Dorp

Wat mooi als je kunt terugkijken op de plek waar je bent opgegroeid met het gevoel dat Sonneveld zo mooi bezong in zijn lied. Zo’n warm thuisgevoel dat je kunt hebben als je er weer terug komt, ook al woon je al heel lang niet meer op die plek. Terugkomen daar maakt je misschien inderdaad melancholiek en doet je glimlachen. Mooie herinneringen komen boven en die koester je want je weet dat die tijd is geweest. Je kunt er zo dankbaar voor zijn. Ik zelf ben ook opgegroeid aan een buitenweg van een klein dorp. Hier niet ver van vandaan. Ik ging naar school in het dorp, maar als ik terug denk aan die plek heb ik zeker geen warme gevoelens. Het gevoel uit het lied herken ik zeker niet. Sterker nog: als ik er nog wel eens kom moet ik altijd even diep zuchten en een drempel over.

Als kind had ik te maken met pesten. Dat pesten heeft tot in het eerste jaar van de middelbare aangehouden. Het heeft een stempel gedrukt op mijn jeugd en op wie ik ben. Maar toch, als je me nu zou vragen wat er nou allemaal precies is gebeurd dan zou ik het je misschien niet eens echt kunnen vertellen. Het pesten was maar zo nu en dan fysiek. Het was vooral een continue aanval op mijn gevoel van zelfvertrouwen. Een voortdurend spel van aantrekken en wegduwen. Ik werd ‘ineens’ betrokken bij het groepsproces om daarna keihard te kijk te worden gezet. Aardig doen in my face, en achter mijn rug om de meest nare dingen doen en zeggen. Buitengesloten worden. Er werd altijd over mij gepraat. En op de momenten dat ik er bijna echt doorheen zat, werd ik weer betrokken, groeide mijn vertrouwen in de ander en in mezelf. Begon ik me veiliger te voelen, overtuigde ik mezelf dat het nu echt klaar was en dat het pesten eindelijk voorbij was. En op het moment dat ik weer wat uit mijn schulpje kroop  begon alles weer opnieuw.

Ik vertel dit omdat deze ervaring de niet heel gezonde bodem was waarin mijn zaadje werd geplant. En omdat het zo van invloed is (geweest) op mijn latere leven. Want we gingen ook naar de kerk in dat dorp. Mijn moeder was voorzitter van de kerkenraad van de hervormde en later samen-op-weg gemeente en dus zat ik er iedere zondagochtend. Ik zat er uit verplichting. Het hoorde zo maar het deed weinig met me. Ik heb niet heel veel herinnering aan hoe ik als kind was, behalve dan aan hoe ik omging met mijn onzekerheid, maar ik weet bijna zeker dat ik nou niet echt een heftige gelovige was. Ik had in ieder geval geen persoonlijke relatie met God.

Op mijn 16e deed de gemeente ons de das om. Mijn moeder raakte, na een intens heftige periode binnen de kerkenraad en de gemeente, in een zware burn-out en heeft een jaar niet kunnen werken. Mijn toch al fragiele binding met de kerk en geloof raakte volledig weg. Het was beslist geen bewuste keuze. Maar we gingen simpelweg niet meer naar de kerk en dus maakte het geloof geen enkel deel meer uit van mijn leven. Het zaadje was geplant, door mijn opvoeding, maar voeding kreeg het niet meer. Niet vanuit thuis en niet vanuit school en zeker niet meer van mezelf.

Tot op een zekere avond – we woonden inmiddels hier in Emmeloord- mijn moeder en ik langs kerkgebouw de Hoeksteen reden en ik zo ‘ineens’ tegen haar zei dat ik wel weer eens een dienst wilde bezoeken. Terugkijkend weet ik zeker dat die woorden niet door mijzelf waren gegeven. En dus gingen we voorzichtig aan weer ter kerke. Met z’n tweetjes en het was oke.

En toen werd het december 1998. Ik ben 22 jaar. Werk in de gevangenis als bewaarder en woon in Almere Haven waar ik een klein studiootje heb. Mijn moeder verteld me dat mijn vriend, mijn opa na een serie hartaanvallen in het ziekenhuis ligt. Ik was een dag daarvoor nog bij hem geweest. Hij was bij de huisarts geweest omdat hij wat maagklachten had. Hij kwam thuis met zak medicatie en zei: ‘het is niet mijn maag, maar mijn hart’.  Een dag later ligt hij in het ziekenhuis en wordt het al vlug duidelijk dat hij het niet redden gaat. Ik neem op zijn een-na-laatste dag afscheid. Hij kijkt naar me. En knip-oogt. Die ogen. Waar altijd van die ondeugende lichtjes in brandden. ‘Wat kijk je toch?’ vraagt mijn tante die ook bij hem is. ‘Laat me’, zegt hij terwijl hij me aan blijft kijken, ‘Ik heb d’r nu nog in het vizier’. En ik hem. En ik zweer het, tijdens die ogenblikken zag ik de lichtjes doven. Ze verdwenen.. Na 9 dagen in het ziekenhuis overlijdt hij op 2e kerstdag. Zijn laatste woorden aan mijn oma: ‘Niet huilen Gepke. Ik ga toch naar Abba vader’

LIED: ABBA VADER

Ik zeg wel eens: ‘als ik al ooit het bewijs van God’s bestaan had wíllen hebben dan heb ik het, met die laatste woorden van opa gekregen. Zo vol vertrouwen gaan. Ik besloot dat ik belijdenis wilde gaan doen. Ik deed het en zong tijdens de dienst dit lied. En het lied komt sinds die tijd steeds terug: tijdens mijn trouwen en de doop van onze kinderen.

Ik had dus belijdenis gedaan en leefde verder mijn leventje. Het leek heel veelbelovend maar eigenlijk was er niet zoveel veranderd. Ik leefde mijn leven en hoewel ik nooit heb getwijfeld aan God’s bestaan maakte Hij geen actief, dagelijks deel uit van mijn leven. Ik bad zo nu en dan -vooral op de momenten dat ik ‘in de rats zat’- maar verder was ik eigenlijk helemaal niet met Hem bezig. Dat was niet een bewuste keuze van me. Zo liep het gewoon. Het voelde ook niet naar. Het voelde niet als een leegte of iets dat ik mistte. Op dat moment. Het feit dat ik verzoop in mijn onzekerheid en zekerheid opzocht op allerlei verkeerde en foute manieren wees ik niet toe aan het feit dat mijn relatie met God aan een zijden draadje hing. Ik dacht daar geen moment over na. Op de een of andere manier vond ik het voldoende. Het was goed zo. Maar eigenlijk liep het op allerlei gebieden spaak. Ik vond geen echte liefde. Ik had geen betekenisvolle vriendschappen en als het er op leek dat het toch op mijn pad kwam verstoorde de onzekerheid over mijzelf het en nam ik wederom foute beslissingen en zocht mijn heil bij te veel jongens.

Ik kwam zelden in de kerk en voelde me daar soms rot bij. Maar ik kon het simpelweg niet vinden in de diensten daar. Toch was het geloof belangrijk voor me. Ik had een fijne baan en een heerlijk appartement. Ik was best gelukkig. Ik ontmoette mijn man. Mijn niet christelijke, fantastische, goede, geweldige man en ik wist dat ik met hem mijn leven wilde delen. Dat hij niet gelovig was vond ik op zich prima. Zolang hij maar accepteerde dat we zouden trouwen in de kerk, onze kinderen zouden worden gedoopt en naar een christelijke school zouden gaan. En dat deed hij. Legde mij geen strobreed in de weg en liet mij vrij in alles dat ik deed. We kregen vier geweldige kinderen. En toch veranderde er dus nog steeds niet echt veel in mijn dagelijkse, Christelijke leven.

Een paar jaar geleden nog zou ik hebben gezegd dat ik geen spijt had van de periode voor mijn trouwen waarin ik er wat op los leefde. Ik ‘verkocht’ het als: ‘Het heeft me gemaakt tot wie ik ben. Ik ben er niet trots op, maar ik heb er geen spijt van’. Een liedje dat ik een aantal maanden geleden voor het eerst hoorde greep mij direct naar de keel. De woorden maakten mij pijnlijk duidelijk dat ik weldegelijk spijt had. En heb. Het was alsof ik die tijd in een oogwenk allemaal weer herbeleefde. Alle kortstondige, zogenaamde ‘relaties’ passeerden de revue en ik schaamde me. Intens. Hoe in Hemelsnaam kon ik belijden dat ik Jezus wilde volgen als ik niet eens kon erkennen hoe fout ik had gezeten. En was ik Zijn Liefde wel waard? Hoe dan?

LIED: ‘How can it be’

En toen werd het oktober 2015. Een kennis van me tagde mij onder een oproep op facebook voor zangers en zangeressen voor een projectkoor van Martin brand en Henk Doest. ‘iets voor jou?’, schreef ze. Ja, weet ik veel! Heb je wel eens meegemaakt dat je in bepaalde situaties terecht komt en dan eigenlijk niet helemaal terug kunt halen hoe dat nou precies gebeurd is? Ken je dat?

Ineens zat ik tussen ongeveer 100 mensen waarvan ik de meesten toch echt niet kende en stond er een of andere Martin Brand voor onze neus te vertellen hoe gaaf het toch niet was dat we er waren. En hij vertelde over zijn binding met die kerk, de Vrije baptisten gemeente hier in Emmeloord. Dat hij in deze contreien is opgegroeid. En dat ‘ie een liedje voor ons wilde zingen. En dat ik vond dattie best lekker zingen kon. Maar ík zat er totaal niet lekker en voelde me enorm ongemakkelijk. We baden met z’n allen en tijdens dit gebed werden er liedjes gezongen in een, voor mijn gevoel, eindeloos durende worship sessie. Ik vond de liedjes prachtig, maar kende ze niet. En ik zag handen in de lucht gaan en dacht alleen maar: doe normaaaal! Er werden bijbel teksten geciteerd en er werd uitbundig gezongen. Ik voelde een totaal ambivalent gevoel in mijn lijf: ‘Wat is mijn Bijbelkennis toch bedroevend slecht’, en: ‘Ik wil ook zo kunnen zingen!’. En ik dacht letterlijk: ‘leuk hoor, zo’n koor, maar ik ben hier toch helemaal niet Christelijk genoeg voor!’ Hoewel de minipreekjes van Martin me stekelig raakte besloot ik om niet terug te komen voor de tweede repetitie avond. Niet mijn cup of tea. Aan het einde van de avond stuurde Martin ons naar huis met de boodschap: ‘tot volgende week. Kom!” En toen zei híj letterlijk: ‘Niemand is hier christelijker dan de ander!’. Euhm…..
De volgende ochtend vertelde ik thuis over de avond en dat er gevraagd werd om solisten en dat deze de volgende repetitieavond konden voorzingen. En ook dat ik niet verder ging met mijn deelname en dat het niets voor mij was. Mijn oudste dochter (toen 11) trok toen flink van leer. ‘Als wij ergens aan beginnen….’.  Laten we zeggen dat ik ondanks mijn ouderlijk gezag niet veel in melk te brokkelen had en dat er tevens van mij werd verwacht dat ik zou voorzingen. Dus, tja.. Ik ging hè.. Diezelfde dochter had een liedje voor me uitgekozen en verwachtte een full-report bij thuiskomst.. Ik ging.. en werd gegrepen. Ik werd geraakt en geïnspireerd. Martin’s manier van spreken was verfrissend en verhelderend voor me. En voor het eerst voelde ik ook echt dat ik er nog lang niet was. Maar ik voelde ook een intens verlangen naar het zoeken. Naar een echte persoonlijk relatie met Jezus. Het zingen maakte een storm aan gevoelens bij me los. De mensen om me heen ook. De opwekkingsliederen en de gospels die we met 100 mensen zongen, waren stuk voor stuk raak. Ik raakte in vervoering, moest huilen en lachen en voelde me ineens zó op mijn plek terwijl ik me tegelijkertijd ineens weer zo heel klein en onwetend voelde. Nu durf ik te zeggen dat de Heilige Geest Zijn werk deed door me te laten zingen. Ik zong al sinds mijn kindertijd. Op allerlei verschillende manieren, bij verschillende gezelschappen en bands maar deze keer zóng ik! Ik zong met angst en beven voor, en ik mocht soleren..

LIED: MOOIE PRAATJES

Ik heb vaker gezongen en opgetreden maar voor dit concert ervoer een ongekende hoeveelheid zenuwen. Ik snapte er niets van! Tot iemand me zei: ‘Je hebt nu ander publiek’ en met haar vinger wees ze omhoog.
Tijdens het concert voelde ik een ongekend gevoel van puur geluk. Zo’n overweldigende vloedgolf van geluk dat zó rauw was dat het bijna pijn deed. Ik heb zo intens genoten. Raakte zo intens geëmotioneerd en voelde me zo intens op mijn plek. Ik wist: om deze reden mag ik zingen. God is op dit moment zó bij me. Hij heeft mij in al die jaren niet losgelaten. Ook al liet ik hém wel steeds meer los. Of beter: vond ik het steeds moeilijker om hem vast te houden. Het was als een nieuwe start die ik heb mogen ervaren. Een soort van reset. Ik voelde ‘ineens’ een diep verlangen om opnieuw kennis te gaan maken met Jezus. Het emotioneerde me en ik raakte in de war. Ik ging zoeken naar mijn plekje want ik voelde nog altijd niet dat ik die écht gevonden had.

En ik weet soms nog altijd niet precies wat mijn plekje is en hoe ik alles praktisch in moet vullen in mijn leven. Dus ik blijf zoeken en mensen ontmoeten en leren. En soms vind ik. Ik voel me soms nog als een onervaren peuter binnen mijn ‘nieuwe’ christelijk leven. Maar wat ik zeker weet is dat ik op koers lig. Dat ik ‘op de goede weg’ ben. En dat ik hierin mag weten dat ik samen met Jezus op weg ben. En dat Hij me helpt te bloeien om de mens te worden die Hij voor ogen heeft. Hoe ingewikkeld ik dat soms ook vind. De bodem van het zaadje wordt steeds gezonder en is steeds ontvankelijker voor Zijn voeding.  Ik mag er zijn, ook al bloei ik nog niet vol. Al ben ik er nog niet. En ik weet: zingen mag ik. Zingen voor Hem. En dat doe ik. Op zoveel verschillende manieren en met zoveel verschillende mensen. En dat alleen zijn al meer dan tienduizend redenen voor dankbaarheid.

LIED: tienduizend redenen

 

Wauw!

Ik ben altijd een beetje ‘van de leg’ in de stille week. De week van Pasen maakt mij vaak wat geëmotioneerd, zwaarmoedig misschien. Soms vind ik het een zware week omdat ik vaak, meer dan anders, kritisch ben op mezelf. Als mens. Ik bekijk mezelf door de ogen van een ander. Van Jezus misschien. Zou Hij blij zijn met mij? Met mijn handelen? Met de manier waarop ik in het leven sta? Met de tijd die ik met Hem doorbreng? Is Hij trots op me? Als christen mag je deze vragen in principe ten alle tijde met -ja- beantwoorden. Maar mijn onzekere aard vindt het soms erg moeilijk om dat volmondig te doen. De mens is immers niet perfect en het kan altijd beter.

Dit jaar ervoer ik een bijzonder Pasen. Ik heb het verhaal nog niet eerder zó intens mogen beleven. Voelen. Als onderdeel van het vocalenteam van ‘De Passie Nabij’ mocht ik samen met een super team, Martin Brand en Gert van der Vijver langs 6 verschillende theaters in het land om 7 keer het allerbelangrijkste verhaal uit de Bijbel te mogen (helpen) vertellen. Bijzonder. Om Jezus zo dicht bij te mogen voelen. Om in te voelen in Zijn vrienden op het moment dat het allereerste avondmaal plaats vond. Tijdens een van de voorstellingen had ik het idee dat ik een kleine glimp van het gevoel van Genade meemaakte toen Martin mij het brood gaf. Ik voelde intens verdriet op het moment dat Gert een handafdruk plaatste in de tekening van een Afrikaans, mager kindje dat hij net had gemaakt. Ik voelde schaamte na het indrukwekkende ‘Oh hoofd vol bloed en wonden’ en de tekeningen van de Via Dolarosa.

Ik merkte dat ik bij tijden volledig ín het verhaal getrokken werd en ik realiseerde me hoe dankbaar ik ben dat ik Jezus in mijn leven heb en dat ik sinds een kleine twee jaar nóg dichter bij Hem leven wil.

En, mensenlief, wat hébben we onbedaarlijk, verschrikkelijk gelachen. Wat hebben we gave gesprekken gehad. Wat hebben we ongelooflijk dom geleuterd in alle mógelijke accenten. Wat hebben we hysterische liedjes gezongen. De woordgrapjes en de weddenschappen vlogen door de coulissen (5 euro als je op die rode knop slaat!) Het was een grote, heerlijke ervaring. En volgend jaar mogen we gewoon weer. Feest!

Dag! 2016

Elk jaar op de laatste dag schrijf ik het voorbije jaar weer van me af. Voorheen op mijn tumblr blog, nu op mijn eigen website. Niet eens zo zeer voor de hele wereld om te lezen. Zo interessant is mijn leventje nu eenmaal niet. Wel omdat ik het fijn vind om me op deze manier weer bewust te worden van de Zegeningen in mijn leven. Verhuizen en muziek stonden voor mij persoonlijk centraal in dit jaar.

Muzikaal gezien heb ik veel mogen doen. Zingen is en blijft hetgeen wat ik het allerliefste doe. Ondanks mijn onzekerheden over mijn kunnen en zangkwaliteiten word ik blij van het repetitieproces en het mogen optreden. Het volledig kwetsbaar achter die microfoon kruipen. Reacties achteraf in ontvangst mogen nemen van mensen die zeggen te hebben genoten van mijn optreden. Ik weet natuurlijk dat ik geen professional ben, maar het spelen met de professionele teams smaakt zó ontzettend naar meer. Het feit dat ik voor de allereerste keer een staande ovatie ontving droeg daar op zeker erg aan bij! Wat was dat een bizarre gewaarwording! Grote dank ook aan de jongens van PU en Vier maten. Ongelooflijk dat ik elke keer weer de kans kreeg om te soleren. Het is jammer dat het voor een amateur zangeres altijd wat onzeker is welke projecten en mogelijkheden op je pad komen. Met name omdat ik zoekend ben naar projecten waarbinnen ik zelf ook word uitgedaagd. Maar ik hoop op weer veel leuks.

Zelf zingen blijft geweldig, maar het is ook heerlijk dat we dit jaar weer gaan schrijven voor alweer de derde voorstelling van TGNOP. Anderen laten shinen en hen laten meemaken en voelen wat ik zelf zo goed begrijp vind ik ook geweldig. Ik kijk er weer naar uit! (www.tgnop.nl)

We begonnen dit jaar met de eerste verhuizing. Wat waren we (en zijn we nog steeds) dankbaar dat we rijk gezegend zijn met lieve vrienden die hun huis aan ons afstonden. Zodat we met ons gezinnetje een fijn plekje hadden om een half jaar te overbruggen. De tweede verhuizing stond gepland in de zomervakantie. Tijdens deze vakantie hebben we keihard gewerkt om ons nieuwe huis af te maken. Het aan te kleden naar onze zin. We hadden ons uiteraard verkeken op de hoeveelheid werk dat er nog lag. Maar ook in deze periode mochten we ons rijk voelen met vrienden en familie die ons kwamen helpen. En zo kwam dan eindelijk de dag dat we mochten intrekken in ons eigen, nieuwe huis. Wat is het een heerlijk plekje!

Binnen ons gezin ervaren we een fijn gevoel van tevreden zijn en geluk. We hebben het goed en realiseren ons dat ook. Ik ben dankbaar voor mijn heerlijke kids en mijn fantastische man die mij zoveel ruimte gunt.

Ik ben een gezegend mens en weet dat ik dat allemaal uit de Hand van onze God heb mogen ontvangen.

Ik wens jullie allemaal een mooi en gezegend 2017.