Als jij dat wil..

Ik wilde wel. Met mijn hele hart wilde ik -ja- zeggen. Wilde ik Zijn cadeau dat me zomaar aangereikt werd met twee handen aannemen. Maar ik durfde het niet. Of beter: ik voelde me bezwaard om het aan te nemen. Om überhaupt aan te nemen dat Zijn cadeau -Zijn genade en Liefde- wel voor mij bestemd was. Als ik om me heen keek naar al die mensen die ik had leren kennen dan vond ik het heel logisch en begrijpelijk dat zíj het cadeau hadden ontvangen én aangenomen. Ik kon me heel goed voorstellen dat deze mensen in volle overtuiging konden zeggen dat Jezus ook voor hen aan het kruis was gestorven. Dat Zijn genade voor hen was. Dat zij ‘lid mochten zijn van Zijn inner-circle’. Maar ik? Ik met mijn verleden? Ik met mijn grote mond, mijn geloofsleven wat een zooitje was en mijn egocentrische aard? Ik wist hoeveel er mis was in mijn relatie met God en ik wist ook dat ik simpelweg té weinig deed om in die relatie te investeren. Mijn geloof was een stil deel van mijn leven. En dan had ik het nog niet eens gehad over mijn verleden. Over die periode waarin ik alles deed waarvan ik wíst dat God het niet oké zou vinden. En ergens bleef er toch wel steeds dat lijntje met Hem.

Toen Jezus van Zich horen liet, toen Hij me aansprak op het moment dat ik deed wat ik het állerliefste deed, kon ik er echt niet meer omheen. Hij wil me terug. Maar waarom? Hoezo ik? Ik heb het vast niet goed verstaan? Wat zullen andere christen wel niet denken? Ik weet veel te weinig van de bijbel. Ik ken al die liedjes niet. Ik heb geen talent voor gebed. Hoe kan Hij nou op míj zitten te wachten? Ik ben toch niet christelijk genoeg? Ik ben toch niet zoals zij? Hij wil mij écht niet!

Kind, Ik zie je dagen
leeg van binnen glimlach je vol schijn
mag Ik vragen: wie hou je eigenlijk voor de gek?
vluchtend zonder reden
bang voor Mij omdat je stiekem denkt
dat het nu over is

Maar als je wil
is er een weg terug
terug in Mijn armen waar jij geborgen bent
als jij dat wil, is er een weg terug
ik wil je vergeven en ik je leven zijn

Kind, Ik hoor je denken:
‘God heeft me nu echt laten gaan’
mag Ik vragen: wie hou je eigenlijk voor de gek?
niets kan ooit verhinderen
dat mijn hart vol liefde voor je brandt
omdat Ik je Vader ben

En als je wil
is er een weg terug
terug in Mijn armen waar jij geborgen bent
Als jij dat wil, is er een weg terug
Ik wil je vergeven en in je leven zijn

Kom terug, belijd je zonden
Ik leg Mijn handen op je wonden
wees gerust, de prijs is al betaald
Jezus is voor jou gekomen
opdat je leven zou met Mij
leven voor altijd…

Mijn hart dat roept:
Ik wil je nu terug,
terug in Mijn armen waar jij geborgen bent
als jij ’t ook wil, kom dan maar snel terug

Ik wil je vergeven
Ik wil je vergeven
Ik wil je vergeven

Nu ik vier jaar verder ben realiseer ik me zo wat de impact van dit liedje voor me is geweest.

‘Als jij dat wil’.

Dáár draait hem om. Jezus zélf wil namelijk niets liever. In alles wat je meemaakt, wat je uitgevreten hebt, waar je soms de plank mis sloeg, waarin je jezelf verloren was, in dat alles blijft Jezus liefdevol verlangen naar jouw terugkomst. Ongelooflijk he? En toch is het écht waar. Met open armen wacht hij op je. Ik kon dat niet geloven. Hoe dan? Hoezo wacht Hij op mij? En toch deed Hij dat. En het enige, echt het énige dat ik moest doen was het gewoon wíllen. Terug wíllen gaan. Zeggen: ‘Oke dan, als U het dan zo graag wilt, dan wíl ik het ook. Dan wil ik terug naar U, naar de Bron. Hier ben ik dan’. Er staan nog veel meer prachtige en ware woorden in dit lied. Maar ik besefte me dat het begin is: ‘Als jij dat wil’. Als jij dat wil; Keer je om. De weg terug in Zijn armen. En Hij zorgt wel voor de rest (ook zo’n tof liedje!) ‘Ik wil je vergeven, en in je leven zijn’.  Wát een cadeau hè..

 Klik op de afbeelding voor het lied

Het overgrote deel van de mensen in mijn leven zijn niet christelijk. Hebben geen connectie met God, Jezus en de bijbel. Binnen mijn familie, vrienden, en andere contacten zijn er dus maar weinig christenen met wie ik mijn geloof kan delen. Deze mensen weten ook allemaal dat ik wél christen ben. Al mijn hele leven. Vier jaar geleden ontstond er echter een hele grote verandering in mijn christen zijn. Er kwam een intense verdieping in mijn geloof en dat heeft mij veranderd. Soms is het voor mij wat lastig om uit te leggen wat er precies gebeurde. Het was voor mij zo’n duidelijke gebeurtenis met zo een intens gevoel dat ik er met geen mogelijkheid omheen kon toen God me riep tijdens mijn allereerste deelname aan Praise United. Naderhand was ik in de war en begon een periode van intensief zoeken. Naar een persoonlijk band met Jezus, naar geloofsgenoten en naar manieren om te kunnen zingen voor God. Martin Brand is hierin een enorme hulp en inspirator geweest. Ik mocht deelnemen aan zijn projecten, veel zingen en ik heb daardoor zóveel mensen leren kennen. En van hen zoveel mogen leren en ontwikkelen. Ik kwam op veel verschillende plekken en de verandering in mijzelf zette gestaag door. Soms verloor ik mezelf in mijn nieuwe leven, maar dan krabbelde ik weer op en vond ik weer richting. In de eerste plaats door Jezus zelf, maar ook door de mensen om mij heen. Mensen die moesten wennen aan de verandering in mij. Die wellicht het tempo waarin ik veranderde niet konden volgen. Zich zorgen maakten. En soms was dat terecht.

Ik realiseer me dat mijn verandering consequenties heeft voor mijn relaties. Er zijn immers andere prioriteiten in mijn leven. Er is voor een deel een andere invulling van tijd gekomen. Er is Iemand die de hoogste plek in mijn leven inneemt. Natúúrlijk heeft dat gevolgen. Het maakte mij soms bang. De invloed van wat er met mij gebeurde trok een wissel op relaties. Op mijn huwelijk. Mijn vriendschappen. Ik wilde ze niet verliezen. Maar ik wilde -nee, móest- ook gehoor geven aan de roep van Jezus. Ik kon alleen maar luisteren naar mijn geliefden, met hun feedback aan de slag gaan en bidden. Ik bad: ‘Heer, U heeft mij met deze mensen samengebracht. En wat U samenbrengt kan geen mens scheiden’. Met de hulp van God én het feit dat Hij mensen in mijn leven heeft gebracht die me ondanks alles niet los laten, me toejuichen, aanmoedigen én in het hier en nu houden, zijn zij er nog. En heb ik ook van hen zoveel mogen leren. Ik zeg wel eens dat ik mijn geloof niet met hen kan delen. Maar op 1 september mocht ik me laten dopen. En zij waren er. Stuk voor stuk.. Mensen die niet iets hebben met Jezus. Maar wél met mij. Hoe kan ik dan zeggen dat ik dat deel van mijn leven niet met ze delen kan?

Wat wil ik hier nu mee?

Ik weet dat het doodeng kan zijn om je leven aan Jezus te geven. Omdat je tegen onbegrip kunt aanlopen. Omdat er mensen zijn die zeggen dat je in sprookjes gelooft. Dat religie de bron van ellende is. Dat je door je geloof te belijden iets zou zeggen over de waarde van anderen. En dat het simpelweg dom, goedgelovig en volstrekt buiten de realiteit is. Dat het gewoon zó niet cool is. En dat kan je tegenhouden om tóch volmondig -ja-  te zeggen. Als al deze bezwaren je naar beneden halen en je weerhouden van het maken van die keuze dan wil ik je uitdagen om toch te leren vertrouwen op God en op de mensen die het dichtste om je heen staan en die Hij zélf in jouw leven heeft gebracht. De mensen die er in jouw leven écht toe doen. Neem ze mee in jouw proces op de momenten dat zij daarvoor open staan. Niet op bekerings-missie gaan, maar vertel zo nu en dan over wat er met je gebeurd. Wat en waarom het je zo blij maakt. En sta open voor het proces van de ander. Bid en voor je het weet staan die allerliefste mensen langs de waterkant om getuige te zijn van het moment waarop jij de belangrijkste keuze van je leven maakt. Zie je oprechte, blije blikken in hun ogen. Nemen ze je in hun armen en zeggen ze dat ze zo trots op je zijn. En in die blikken kun je, als je goed kijkt, steeds weer een stukje God zien.. Zegen!

dopen

Ik ben veranderd. Sommige mensen die wat verder van mij af staan vinden dat misschien lastig. Dat begrijp ik. Als je me er iets over vragen wilt, dan kan dat natuurlijk altijd!

Eindejaarsrelaas 2018

Zo. Inpakken en wegwezen met 2018. Natuurlijk had Allard gelijk toen hij zei dat het feit dat de klok aangeeft dat het 0:00 uur is geweest de gebeurtenissen uit 2018 niet verdwenen zijn. Nee, en voor een aantal zaken is dat maar goed ook. Maar toch voelt een nieuw jaar altijd weer als een verse start.. Een nieuwe kans, opnieuw beginnen.

2018 zal voor altijd het jaar zijn waarin ik mijn vader verloor. Het jaar waarin ik hem heb weggebracht naar de plek waar hij zou sterven. Nooit hadden we dat van te voren kunnen bedenken. Of op die dag, dat ik hem daar achter liet. De bezoekjes aan hem terwijl hij slechter en slechter werd. En toen de uiteindelijke dag van zijn sterven. Die ik zo intens beleefd heb met mama en Ferdinand. Maar ook met God. Hij was dichtbij me. Samen met mama heb ik papa zo dicht mogelijk bij God gebracht. Ik hoop dat hij het laatste stapje zelf heeft gezet.
We zijn nu 2,5 maand verder. Het gaat goed. Ik mis hem. Maar, -ja- het gaat goed. Het blijft zo ontzettend jammer dat hij al zo vroeg moest overlijden. Maar ik zie dat het met iedereen om mij heen eigenlijk best goed gaat. En ik voel dat dat met mij ook zo is. Op een andere manier is papa dicht bij me en gaat hij altijd met me mee..

2018 was dus een verlies-jaar. Niet alleen voor mij. Vreselijk nieuws over de gezondheid van een van onze vrienden. Het niet zo goed weten hoe we daar goed mee om kunnen gaan. Het proberen je niet op te dringen en er toch te willen zijn..
Het sterven van Harm sr. was ook intens. Moeilijk om je lieve vrienden te zien in het verdriet waar je zelf eigenlijk ook nog midden in zat. Wat een troost om te zien hoe onze meiden elkaar tot steun waren.  Hoe bizar om enkele weken na elkaar met onze vriendengroep weer een crematie te moeten meemaken.

Maar juist die vrienden maken het allemaal zo draaglijk. En zo mooi om te weten dat zij er altijd zullen zijn. Soms wat vaker, soms wat minder. Maar nooit met twijfel. Dank voor alles dat jullie doen..

Mijn waanzinnige gezin.. Zij geven mij zo veel Liefde. En ruimte om te kunnen zijn wie ik ben en te kunnen doen wat er op mijn hart ligt. Ik ben zo rijk met hen.. Zo trots op hen. Allard, voor jou heb ik soms geen woorden. Ik ben je niet waard. 🙂 Ik hou zo van je..

God was en bleef centraal staan in 2018. En ook in 2019 neem ik Hem weer mee. Ik mocht zo dichtbij komen tijdens de paas tour en in het Jozef project. Ik heb fantastische nieuwe mensen leren kennen. Ik heb de meest bijzondere momenten meegemaakt tijdens Jozef. Tussen de voorstellingen, tijdens de bidstonden waar vaak heel mooie dingen gebeurde. Waarin ik werd getroost. Waarin ik troosten mocht. Waarin ik intense Liefde van God voelde. Ik heb zo enorm gelachen, gedanst en gezongen.
Het jaar dat zo veel verdriet kende werd hierdoor voor mij zo enorm mooi afgesloten.

In nu stap ik 2019 in. Zonder papa, maar met een ieder ander die me zo lief is. Met een hele bups nieuwe vrienden die ik hopelijk snel weer zie. Met mijn sterke mama, mijn grote broer en mijn 5 liefdes thuis. En met God. Natuurlijk!

Dag 2018. Dikke doei! Ik dans 2019 in….

Papa

Je was ziek. Maar nog niet zo ziek dat je er nu al meteen aan dood moest gaan. En daarom ben ik het er dan ook helemaal niet mee eens dat dat nu wel zo is. Want het feit is dat je dood bent. En hoe vaak ik dat in de afgelopen weken ook al hardop heb gezegd, ik kan er nog steeds niet echt bij. Of ik wil er niet bij of zo. Alle clichés die worden benoemd en die ik zelf ook zeg kunnen dat ongeloof toch niet helemaal bij me wegnemen.

Het kakke van een cliché is dat ze meestal waar zijn. En dus zou je denken dat dat dan ook best een hoop verzacht. En ach, dat doet het eigenlijk ook wel. Want er ís jou nu eenmaal een hoop aftakeling bespaard gebleven. Er ís nu eenmaal ook een hoop zorg weggevallen. Mama’s toekomst ís nu weer wat vrijer en ze kómt nu weer meer tot zichzelf. Maar ik ben het er gewoon nog niet mee eens. Eigenlijk is dat nu, 3 weken na jouw overlijden, de conclusie die ik trek. Dat ik het allemaal zo intens jammer vind en dat ik het er niet mee eens ben.

De laatste 7 weken voor jouw sterven waren voor jou zo moeilijk te begrijpen. Je voelde je misschien alleen gelaten en wilde gewoon zo graag naar huis. En elke keer moest ik antwoorden dat dat niet kon. ‘Oh, jammer’, zei je de laatste keer dat ik je sprak. ‘Oh ja papa, dat vind ik ook zó jammer. Maar ik houd heel veel van jou’.

‘Ach pappie’, schreef ik op jouw kist. Ach pappie. Wat had ik je nog graag zoveel langer bij me gehad. Zoals je was voordat die ellendige FTD bezit nam van jouw prachtige zelf. Wat hadden we nog veel willen doen. Jij en ik. Jij en mama.

Het mocht niet zo zijn. En daarmee moet ik verder. Je kent me en jij weet dat ik dat kan. En dat weet ik zelf ook. In tegenstelling tot de afgelopen jaren waarin onze verhoudingen omgekeerd raakten ben je me nu weer vooruit. Ben jij nu verder dan ik. Voelt het nu alsof jij weer voor mij kunt ‘zorgen’. Mijn eerste optreden na jouw overlijden was al een paar dagen na jouw dood. Vrij onvoorbereid stond ik, druipend van het zweet, ‘Lopen op het water’ te soleren. Ergens was het fijn dat ik daarop niet voorbereid was. Hoewel mijn eerste reactie was dat ik dat écht niet wilde en ook niet kon besloot ik toch om het te doen. Ik kon me richten op jou. Want jij hoorde me zo graag zingen. En dus was dat liedje voor jou. En vanaf nu is elk liedje voor jou. Ook als ik het vergeet te zeggen.

Ik ben het er niet mee eens pap. Ooit zal het goed zijn in mijn hart. Ooit zal verdriet veranderen in ontroering en melancholie. Maar nu, nu voel ik verdriet. En heel veel Liefde. En met jou in mijn hart en de onmisbare troost en kracht van mijn God zal ik weer lopen op het water.

https://youtu.be/amsbJvpa9rY

Op pad…

Bijna 3 jaar geleden veranderde mijn leven.

Dat klinkt best een beetje dramatisch, nietwaar? En als je me kent zal je wellicht helemaal geen idee hebben van het feit dat mijn leven dan zo veranderd zou zijn. Of dat ík dan zo veranderd ben.. Toch is het gebeurd. Best drastisch ook. Maar de verandering speelt zich vooral af in mijn hart. Diep van binnen. De verandering zorgde vooral dat er een vuurtje werd aangestoken, dat er een nieuwsgierigheid werd aangewakkerd. Dat er vragen en een verlangen ontstonden. Het zorgde voor een stuk besef dat ik mijn leven niet leidde op de manier waarop dat éigenlijk wel zou moeten. En waarop ik het ook zou willen. Dat er iets heel Groots ontbrak terwijl ik me daarvan daarvoor niet bewust was. Ik werd me bewust van het gat in mijn leven en tegelijkertijd de enorme behoefte om dat gat te vullen. Het was alsof ik iets verloor, maar ook meteen wist hoe ik weer zou kunnen vinden. Dat ik een nieuw pad op zou moeten gaan. En dat dat niet altijd zo eenvoudig zou zijn! Met name omdat ik in mijn inner-circle dit pad zo goed als alleen bewandel. Ik zou op Jezus’ pad gaan wandelen. In Zijn voetspoor. Op naar een hernieuwde kennismaking met Hem (want ik ken Hem gelukkig al mijn hele leven) en het opbouwen van een écht persoonlijke relatie.

Ik omringde me zoveel mogelijk met mensen die me kon helpen op het pad. Met mensen die me inspireren en me inzicht en uitleg konden geven. Door een andere kerk te bezoeken, elke dag te lezen uit de bijbel, te bidden. En door zoveel mogelijk te zingen binnen de projectkoren van Martin. Omdat dát me zo het gevoel gaf dat ik dicht bij Jezus was op dat moment. En omdat God me, door Martin heen, zó dicht bij Hem brengt. Sinds die eerste keer Praise United weet ik wat zingen met je hart is. Wat het is als de muziek en de woorden zó bij je binnen komen.. Ik hoopte zo dat ik dat dat nog veel vaker mocht doen. En gelukkig mocht dat..

Ik mocht al zulke toffe dingen doen die twee grote passies samen brengen; Mijn Liefde voor de Here Jezus en de Liefde voor het zingen. Pfoeh, dankbaar enzo. Na de PU’s, de passie tours nu Jozef de Musical. Weer binnen een nieuwe groep, weer opnieuw in het verhaal en het leven van Jezus duiken. Man, man, wat is God goed. Voor mij… En hopelijk ook voor jou. Wil je het uitvinden? In december spelen we het prachtige Verhaal in De Basis in Apeldoorn.

logo-zwart

Ik kan niet anders/mijn vader

Zo’n einde-van-het-jaar relaas. Ik doe het bijna elk jaar. Niet persé voor de likes of de reacties. Maar omdat schrijven me altijd oplucht op de een of andere manier. Vaak neem ik me voor om het niet te doen. Of om het wel te doen, maar dan niet online te zetten. En toch gebeurd ook dat bijna altijd toch wel. Gaat het dan toch om de likes? Om de ‘aandacht’? Om ‘weer even in de picture te staan’? Misschien wel. Misschien blijft dat toch een bepaalde behoefte binnen in mij. Of misschien is het omdat ik hoop dat mensen me dan misschien een beetje beter begrijpen. Zoals zoveel jaren twijfelde ik ook dit jaar weer. Zoals ik al zo vaak getwijfeld heb. Alleen net zo vaak voel ik me zoals ik me vandaag voel op oudjaarsdag en lucht het schrijven zo op. Hoe voel je je dan, Marion? Nou, melancholiek, verdrietig, dankbaar, blij. Zo’n mengeling van van-alles-en-nog-wat. De tijd vliegt me door de vingers en dit jaar ben ik me daar ineens zo extra van bewust. En hoewel ik dat andere jaren prima hebben kan, dit jaar gewoon effe niet.

Ik weet natuurlijk heel goed hoe dat komt. In de laatste maanden van dit jaar werd een bang vermoeden rondom het welzijn van mijn vader kneiterhard bevestigd. Na een verschrikkelijke dag waarin hij van onderzoek naar onderzoek ging en onze emoties zwaar op de proef werden gesteld kwam dan ‘het vonnis’: Meneer Apeldoorn heeft Fronto Temporale Dementie. FTD neemt je ‘zijn’ van je af. Dat wat en wie je altijd was snoept FTD genadeloos, stukje bij beetje en in een veel te snel tempo helemaal van jou en je geliefden af. Al je dromen, je passies, je interesses, je reserves, je begrenzing, je tact, je trots, je humor, je zelfstandigheid, je emoties: alles wordt opgeslokt door het monster van dementie. En natuurlijk zagen we al zolang dat er ‘iets’ was. Herkende mijn broer en ik onze vader niet meer in de man die voor ons stond. Mijn moeder haar man niet meer. Zijn omgeving stond voor raadsels en zorg over mijn lieve vader overheerste. Hij zelf was continue in verwarring en zo onzeker omdat hij maar niet snapte waarom mensen ineens zoveel moeite hadden met hem. En ook zijn fysieke achteruitgang werd en wordt elke keer weer zo snerpend scherp zichtbaar. Is elke keer weer zo oorverdovend confronterend.

In alle eerlijkheid vind ik het ontzettend moeilijk om nu naar mijn vader te kijken. De man die oprecht het hoofd van het gezin was. Alles maken kon dat zijn ogen zagen. Van elektriciteit aanleggen, tot badkamers verplaatsen. Eigenhandig dat oude huis aan de Burchtweg heeft verbouwd. Elke. vakantie.weer. Die na 12 jaar verbouwen met een gehuurde caravan met ons naar Hongarije reed voor mijn eerste buitenlandse vakantie. (we kwamen nauwelijks de heuvels op met die auto!) De man die me op zaterdagavond op mijn hart drukte UITERLIJK om half een buiten om de hoek van Chez te staan. En elke 5 minuten te laat betekende de volgende keer een half uur eerder thuis moeten zijn. Dus ik stond elke keer trouw 5 minuten voor tijd op die rot hoek. En elke keer stond hij daar op mij te wachten. De man die door weer en wind ’s ochtends vroeg op zijn zündapp naar zijn werk reed. Die op vrijdagavond ons zakgeld uitbetaalde van zijn overwerk-zakje. Met wie ik teut in een chinees restaurant een hele Bert Visscher conference naspeelde totdat zelfs het personeel achter de bar in een deuk lag. Die Sinterklaas speelde op zijn werk. Ik mis hem zo.

Maar dat wás niet alleen mijn vader. Dat ís nog steeds mijn vader.. Maar ik vind het moeilijk. En de toekomst is onzeker. Hoe zal het verder gaan. En wat betekent het uiteindelijk voor mij en mijn broer. Angstige vooruitzichten…

Mijn broer.. In elke moeilijke situatie zijn lichtpuntjes te vinden. En dit is een grote. Mijn broer en ik zijn door deze gezamenlijke zorg zoveel dichterbij elkaar gekomen. Onze gezinnen zoveel meer met elkaar verbonden. We zijn vrienden geworden en delen ook weer in een gezamenlijke vriendengroep. Hierdoor brengen we veel tijd door samen en dat stemt mij zo ontzettend dankbaar.

Ook mijn moeder moet en mag ik niet vergeten. Wat zij zo voor haar kiezen krijgt is niet mals en het voelt soms zo machteloos dat er nu nog zo weinig is waarmee zij praktisch geholpen kan worden. Eerst moet alles natuurlijk worden opgestart en dat hebben we liever gisteren dan morgen geregeld. En ook zij kampt met fysieke belemmeringen. Haar doof zijn, haar twee vormen van reuma. Het valt niet mee. Ze zoekt naar een weg die voor haar en mijn vader nog goed te bewandelen is. Maar we weten ook dat de situatie zo verrekte snel veranderd dat het ritme dat eindelijk lijkt te passen ineens weer wringen gaat en je wéér op zoek moet. Dood vermoeiend. En onze mogelijkheden zijn ook maar zo beperkt binnen onze jonge en drukke gezinnen waarin we zelf nog zo nodig zijn..

2017.. Raar jaar. Moeilijk jaar. Mooi jaar. Want wat mocht ik zíngen… En dat wilde ik zo graag.. Wat mocht ik God opzoeken. En ik heb Hem soms ook echt mogen vinden. En wat vecht ik soms met Hem. Maar ik mag weten dat Hij bij alles in mijn leven is. Het zou prettig zijn als ik dat ook echt zou mogen vóelen 😉 , maar desalniettemin mag ik het wéten. En daarop vertrouwen. Moeilijk is dat soms, of zelfs soms ronduit twijfelachtig maar ik ben in ontwikkeling hè.. Dan mag je het moeilijk vinden. Wie weet wat 2018 in dat opzicht nog brengt. En hoewel aan het einde van 2017 de dankbaarheid voor mijn gezin, mijn fantastische vrienden, mijn werk en alle Zegeningen echt wel overheerst mag 2018 wel komen. Ik zie er naar uit. Want dat 2017, nee, dat was hem niet echt..

Mijn ‘toespraak’ voor de vrouwendag van de NGK.

Op 4 november 2017 mocht ik op de Nationale Vrouwendag van de Gereformeerde Kerk wat vertellen en zingen over mijn persoonlijke ervaringen in het thema:’ tot volle bloei komen’. Heel spannend want zoiets had ik nog niet eerder gedaan. Helaas zijn er geen audio opnamen gemaakt. Ik deel graag mijn bijdrage met de links naar de originele versies van de liedjes die ik heb gezongen. Uiteindelijk is het mijn ( heel) persoonlijke verhaal over mijn jeugd en mijn opgroeien geworden. Over mijn wandel met (en zonder?) God en over het keerpunt 2 jaar geleden..

 

Het Dorp

Wat mooi als je kunt terugkijken op de plek waar je bent opgegroeid met het gevoel dat Sonneveld zo mooi bezong in zijn lied. Zo’n warm thuisgevoel dat je kunt hebben als je er weer terug komt, ook al woon je al heel lang niet meer op die plek. Terugkomen daar maakt je misschien inderdaad melancholiek en doet je glimlachen. Mooie herinneringen komen boven en die koester je want je weet dat die tijd is geweest. Je kunt er zo dankbaar voor zijn. Ik zelf ben ook opgegroeid aan een buitenweg van een klein dorp. Hier niet ver van vandaan. Ik ging naar school in het dorp, maar als ik terug denk aan die plek heb ik zeker geen warme gevoelens. Het gevoel uit het lied herken ik zeker niet. Sterker nog: als ik er nog wel eens kom moet ik altijd even diep zuchten en een drempel over.

Als kind had ik te maken met pesten. Dat pesten heeft tot in het eerste jaar van de middelbare aangehouden. Het heeft een stempel gedrukt op mijn jeugd en op wie ik ben. Maar toch, als je me nu zou vragen wat er nou allemaal precies is gebeurd dan zou ik het je misschien niet eens echt kunnen vertellen. Het pesten was maar zo nu en dan fysiek. Het was vooral een continue aanval op mijn gevoel van zelfvertrouwen. Een voortdurend spel van aantrekken en wegduwen. Ik werd ‘ineens’ betrokken bij het groepsproces om daarna keihard te kijk te worden gezet. Aardig doen in my face, en achter mijn rug om de meest nare dingen doen en zeggen. Buitengesloten worden. Er werd altijd over mij gepraat. En op de momenten dat ik er bijna echt doorheen zat, werd ik weer betrokken, groeide mijn vertrouwen in de ander en in mezelf. Begon ik me veiliger te voelen, overtuigde ik mezelf dat het nu echt klaar was en dat het pesten eindelijk voorbij was. En op het moment dat ik weer wat uit mijn schulpje kroop  begon alles weer opnieuw.

Ik vertel dit omdat deze ervaring de niet heel gezonde bodem was waarin mijn zaadje werd geplant. En omdat het zo van invloed is (geweest) op mijn latere leven. Want we gingen ook naar de kerk in dat dorp. Mijn moeder was voorzitter van de kerkenraad van de hervormde en later samen-op-weg gemeente en dus zat ik er iedere zondagochtend. Ik zat er uit verplichting. Het hoorde zo maar het deed weinig met me. Ik heb niet heel veel herinnering aan hoe ik als kind was, behalve dan aan hoe ik omging met mijn onzekerheid, maar ik weet bijna zeker dat ik nou niet echt een heftige gelovige was. Ik had in ieder geval geen persoonlijke relatie met God.

Op mijn 16e deed de gemeente ons de das om. Mijn moeder raakte, na een intens heftige periode binnen de kerkenraad en de gemeente, in een zware burn-out en heeft een jaar niet kunnen werken. Mijn toch al fragiele binding met de kerk en geloof raakte volledig weg. Het was beslist geen bewuste keuze. Maar we gingen simpelweg niet meer naar de kerk en dus maakte het geloof geen enkel deel meer uit van mijn leven. Het zaadje was geplant, door mijn opvoeding, maar voeding kreeg het niet meer. Niet vanuit thuis en niet vanuit school en zeker niet meer van mezelf.

Tot op een zekere avond – we woonden inmiddels hier in Emmeloord- mijn moeder en ik langs kerkgebouw de Hoeksteen reden en ik zo ‘ineens’ tegen haar zei dat ik wel weer eens een dienst wilde bezoeken. Terugkijkend weet ik zeker dat die woorden niet door mijzelf waren gegeven. En dus gingen we voorzichtig aan weer ter kerke. Met z’n tweetjes en het was oke.

En toen werd het december 1998. Ik ben 22 jaar. Werk in de gevangenis als bewaarder en woon in Almere Haven waar ik een klein studiootje heb. Mijn moeder verteld me dat mijn vriend, mijn opa na een serie hartaanvallen in het ziekenhuis ligt. Ik was een dag daarvoor nog bij hem geweest. Hij was bij de huisarts geweest omdat hij wat maagklachten had. Hij kwam thuis met zak medicatie en zei: ‘het is niet mijn maag, maar mijn hart’.  Een dag later ligt hij in het ziekenhuis en wordt het al vlug duidelijk dat hij het niet redden gaat. Ik neem op zijn een-na-laatste dag afscheid. Hij kijkt naar me. En knip-oogt. Die ogen. Waar altijd van die ondeugende lichtjes in brandden. ‘Wat kijk je toch?’ vraagt mijn tante die ook bij hem is. ‘Laat me’, zegt hij terwijl hij me aan blijft kijken, ‘Ik heb d’r nu nog in het vizier’. En ik hem. En ik zweer het, tijdens die ogenblikken zag ik de lichtjes doven. Ze verdwenen.. Na 9 dagen in het ziekenhuis overlijdt hij op 2e kerstdag. Zijn laatste woorden aan mijn oma: ‘Niet huilen Gepke. Ik ga toch naar Abba vader’

LIED: ABBA VADER

Ik zeg wel eens: ‘als ik al ooit het bewijs van God’s bestaan had wíllen hebben dan heb ik het, met die laatste woorden van opa gekregen. Zo vol vertrouwen gaan. Ik besloot dat ik belijdenis wilde gaan doen. Ik deed het en zong tijdens de dienst dit lied. En het lied komt sinds die tijd steeds terug: tijdens mijn trouwen en de doop van onze kinderen.

Ik had dus belijdenis gedaan en leefde verder mijn leventje. Het leek heel veelbelovend maar eigenlijk was er niet zoveel veranderd. Ik leefde mijn leven en hoewel ik nooit heb getwijfeld aan God’s bestaan maakte Hij geen actief, dagelijks deel uit van mijn leven. Ik bad zo nu en dan -vooral op de momenten dat ik ‘in de rats zat’- maar verder was ik eigenlijk helemaal niet met Hem bezig. Dat was niet een bewuste keuze van me. Zo liep het gewoon. Het voelde ook niet naar. Het voelde niet als een leegte of iets dat ik mistte. Op dat moment. Het feit dat ik verzoop in mijn onzekerheid en zekerheid opzocht op allerlei verkeerde en foute manieren wees ik niet toe aan het feit dat mijn relatie met God aan een zijden draadje hing. Ik dacht daar geen moment over na. Op de een of andere manier vond ik het voldoende. Het was goed zo. Maar eigenlijk liep het op allerlei gebieden spaak. Ik vond geen echte liefde. Ik had geen betekenisvolle vriendschappen en als het er op leek dat het toch op mijn pad kwam verstoorde de onzekerheid over mijzelf het en nam ik wederom foute beslissingen en zocht mijn heil bij te veel jongens.

Ik kwam zelden in de kerk en voelde me daar soms rot bij. Maar ik kon het simpelweg niet vinden in de diensten daar. Toch was het geloof belangrijk voor me. Ik had een fijne baan en een heerlijk appartement. Ik was best gelukkig. Ik ontmoette mijn man. Mijn niet christelijke, fantastische, goede, geweldige man en ik wist dat ik met hem mijn leven wilde delen. Dat hij niet gelovig was vond ik op zich prima. Zolang hij maar accepteerde dat we zouden trouwen in de kerk, onze kinderen zouden worden gedoopt en naar een christelijke school zouden gaan. En dat deed hij. Legde mij geen strobreed in de weg en liet mij vrij in alles dat ik deed. We kregen vier geweldige kinderen. En toch veranderde er dus nog steeds niet echt veel in mijn dagelijkse, Christelijke leven.

Een paar jaar geleden nog zou ik hebben gezegd dat ik geen spijt had van de periode voor mijn trouwen waarin ik er wat op los leefde. Ik ‘verkocht’ het als: ‘Het heeft me gemaakt tot wie ik ben. Ik ben er niet trots op, maar ik heb er geen spijt van’. Een liedje dat ik een aantal maanden geleden voor het eerst hoorde greep mij direct naar de keel. De woorden maakten mij pijnlijk duidelijk dat ik weldegelijk spijt had. En heb. Het was alsof ik die tijd in een oogwenk allemaal weer herbeleefde. Alle kortstondige, zogenaamde ‘relaties’ passeerden de revue en ik schaamde me. Intens. Hoe in Hemelsnaam kon ik belijden dat ik Jezus wilde volgen als ik niet eens kon erkennen hoe fout ik had gezeten. En was ik Zijn Liefde wel waard? Hoe dan?

LIED: ‘How can it be’

En toen werd het oktober 2015. Een kennis van me tagde mij onder een oproep op facebook voor zangers en zangeressen voor een projectkoor van Martin brand en Henk Doest. ‘iets voor jou?’, schreef ze. Ja, weet ik veel! Heb je wel eens meegemaakt dat je in bepaalde situaties terecht komt en dan eigenlijk niet helemaal terug kunt halen hoe dat nou precies gebeurd is? Ken je dat?

Ineens zat ik tussen ongeveer 100 mensen waarvan ik de meesten toch echt niet kende en stond er een of andere Martin Brand voor onze neus te vertellen hoe gaaf het toch niet was dat we er waren. En hij vertelde over zijn binding met die kerk, de Vrije baptisten gemeente hier in Emmeloord. Dat hij in deze contreien is opgegroeid. En dat ‘ie een liedje voor ons wilde zingen. En dat ik vond dattie best lekker zingen kon. Maar ík zat er totaal niet lekker en voelde me enorm ongemakkelijk. We baden met z’n allen en tijdens dit gebed werden er liedjes gezongen in een, voor mijn gevoel, eindeloos durende worship sessie. Ik vond de liedjes prachtig, maar kende ze niet. En ik zag handen in de lucht gaan en dacht alleen maar: doe normaaaal! Er werden bijbel teksten geciteerd en er werd uitbundig gezongen. Ik voelde een totaal ambivalent gevoel in mijn lijf: ‘Wat is mijn Bijbelkennis toch bedroevend slecht’, en: ‘Ik wil ook zo kunnen zingen!’. En ik dacht letterlijk: ‘leuk hoor, zo’n koor, maar ik ben hier toch helemaal niet Christelijk genoeg voor!’ Hoewel de minipreekjes van Martin me stekelig raakte besloot ik om niet terug te komen voor de tweede repetitie avond. Niet mijn cup of tea. Aan het einde van de avond stuurde Martin ons naar huis met de boodschap: ‘tot volgende week. Kom!” En toen zei híj letterlijk: ‘Niemand is hier christelijker dan de ander!’. Euhm…..
De volgende ochtend vertelde ik thuis over de avond en dat er gevraagd werd om solisten en dat deze de volgende repetitieavond konden voorzingen. En ook dat ik niet verder ging met mijn deelname en dat het niets voor mij was. Mijn oudste dochter (toen 11) trok toen flink van leer. ‘Als wij ergens aan beginnen….’.  Laten we zeggen dat ik ondanks mijn ouderlijk gezag niet veel in melk te brokkelen had en dat er tevens van mij werd verwacht dat ik zou voorzingen. Dus, tja.. Ik ging hè.. Diezelfde dochter had een liedje voor me uitgekozen en verwachtte een full-report bij thuiskomst.. Ik ging.. en werd gegrepen. Ik werd geraakt en geïnspireerd. Martin’s manier van spreken was verfrissend en verhelderend voor me. En voor het eerst voelde ik ook echt dat ik er nog lang niet was. Maar ik voelde ook een intens verlangen naar het zoeken. Naar een echte persoonlijk relatie met Jezus. Het zingen maakte een storm aan gevoelens bij me los. De mensen om me heen ook. De opwekkingsliederen en de gospels die we met 100 mensen zongen, waren stuk voor stuk raak. Ik raakte in vervoering, moest huilen en lachen en voelde me ineens zó op mijn plek terwijl ik me tegelijkertijd ineens weer zo heel klein en onwetend voelde. Nu durf ik te zeggen dat de Heilige Geest Zijn werk deed door me te laten zingen. Ik zong al sinds mijn kindertijd. Op allerlei verschillende manieren, bij verschillende gezelschappen en bands maar deze keer zóng ik! Ik zong met angst en beven voor, en ik mocht soleren..

LIED: MOOIE PRAATJES

Ik heb vaker gezongen en opgetreden maar voor dit concert ervoer een ongekende hoeveelheid zenuwen. Ik snapte er niets van! Tot iemand me zei: ‘Je hebt nu ander publiek’ en met haar vinger wees ze omhoog.
Tijdens het concert voelde ik een ongekend gevoel van puur geluk. Zo’n overweldigende vloedgolf van geluk dat zó rauw was dat het bijna pijn deed. Ik heb zo intens genoten. Raakte zo intens geëmotioneerd en voelde me zo intens op mijn plek. Ik wist: om deze reden mag ik zingen. God is op dit moment zó bij me. Hij heeft mij in al die jaren niet losgelaten. Ook al liet ik hém wel steeds meer los. Of beter: vond ik het steeds moeilijker om hem vast te houden. Het was als een nieuwe start die ik heb mogen ervaren. Een soort van reset. Ik voelde ‘ineens’ een diep verlangen om opnieuw kennis te gaan maken met Jezus. Het emotioneerde me en ik raakte in de war. Ik ging zoeken naar mijn plekje want ik voelde nog altijd niet dat ik die écht gevonden had.

En ik weet soms nog altijd niet precies wat mijn plekje is en hoe ik alles praktisch in moet vullen in mijn leven. Dus ik blijf zoeken en mensen ontmoeten en leren. En soms vind ik. Ik voel me soms nog als een onervaren peuter binnen mijn ‘nieuwe’ christelijk leven. Maar wat ik zeker weet is dat ik op koers lig. Dat ik ‘op de goede weg’ ben. En dat ik hierin mag weten dat ik samen met Jezus op weg ben. En dat Hij me helpt te bloeien om de mens te worden die Hij voor ogen heeft. Hoe ingewikkeld ik dat soms ook vind. De bodem van het zaadje wordt steeds gezonder en is steeds ontvankelijker voor Zijn voeding.  Ik mag er zijn, ook al bloei ik nog niet vol. Al ben ik er nog niet. En ik weet: zingen mag ik. Zingen voor Hem. En dat doe ik. Op zoveel verschillende manieren en met zoveel verschillende mensen. En dat alleen zijn al meer dan tienduizend redenen voor dankbaarheid.

LIED: tienduizend redenen