Ken je mij? Wie ken je dan?

Ken je mij? Wie ken je dan?

Ik ben mij er van bewust dat hetgeen ik uitstraal vaak niet strookt met hoe ik echt in elkaar zit. 

Ik ben daar vaak ook best open over. Op het moment dat iemand mij niet goed genoeg kent kan deze discrepantie tussen mijn buitenkant en mijn binnenkant problemen geven. Met name omdat mijn buitenkant ten opzichte van mensen waarmee ik niet een direct persoonlijke connectie heb ook weer anders is dan bij mensen bij wie ik dat wel voel. Alsof mijn drempels wat meer wegvallen bij mensen met wie ik oppervlakkiger contact heb. Bij hen durf ik meer van mijn eigen mening te ventileren. Durf ik meer op te staan voor dat wat ik ervaar, vind, voel én wil. 

 

Als ik dieper contact met je voel, om je geef of het gewoon belangrijk vind dat onze relatie ‘goed is’ vind ik dat moeilijker. Juist in die relaties (vriendschappelijk, collegiaal of zakelijk) kunnen er situaties ontstaan waarin je even niet op je gemak bent. Of waarin je elkaar even niet goed begrijpt. Of simpelweg de balen van de acties van een ander hebt. Je hebt immers met de ander van doen. Logisch dat dat niet altijd soepeltjes verloopt. Als ontvanger vind ik het fijn wanneer iemand met me deelt wat er op het hart ligt. Ik vind het soms moeilijk om mezelf ten opzichte van een ander te positioneren dus houd ik er van wanneer men eerlijk met me durft te zijn. Ook als eerlijk zijn een beetje pijn doet. En mijn onzekerheid aanwakkert. Toch kun je juist vanuit die eerlijke feedback verder bouwen aan je contacten en weet je waar je aan toe bent. 

 

Maar wat vind ik het moeilijk om deze zaken zelf ten opzichte van een ander onder woorden te brengen. Om te vertellen dat ik me rot voel door wat er tussen de ander en mij gebeurd. Of dat bepaalde zaken me onzeker maken, ik iets vervelend vind. Angst is hierin mijn slechte raadgever. Ik vul snel voor de ander in wat zijn of haar reactie zal zijn. En die schat ik vaak niet positief in. Ik ben me er erg van bewust dat ik vooral hele fijne contacten en prachtige vriendschappen heb met mensen die beslist open staan voor dit soort zaken. Ze zouden me niet veroordelen of me een zeurpiet vinden wanneer ik gewoon uitspreek wat ik voel. En dus train ik mezelf door het te doen. Juist bij die mensen met wie ik connectie voel. Gelukkig gaat het in mijn relaties over het algemeen heel prettig en kom ik niet regelmatig in situaties waarin ik de theorie in praktijk hoef te brengen.

 

Toch zullen er ook mensen zijn die zeggen dat deze ontboezeming niet strookt met hun beeld van mij. Misschien ook wel omdat zij juist wél hebben ervaren dat ik niet op mijn bekkie ben gevallen en situaties kunnen benoemen waarin ik heel duidelijk kon aangeven wat ik ‘er van vond’. Ik kan inderdaad soms toch mijn momenten hebben. En soms zijn dat ook niet altijd mijn ‘finest moments’ omdat mijn mond zo nu en dan ook sneller handelt dan mijn tact. 😊 Bovenstaande lijkt dan wat tegenstrijdig nietwaar? Maar vaker zijn dit soort momenten voorafgegaan aan dagen en dagen overdenken en uitstellen. Wat je waarschijnlijk ook niet weet is dat ik nachten piekeren kan nadat ik in zo’n situatie ben geweest. Een heel gesprek blijf analyseren om na te gaan wat ik had gezegd. En hoe. En hoe dat overkomen kon. Of het anders had gekund. Of ik er wel goed aan heb gedaan. Of het beeld dat je van mij hebt nu niet ineens heel anders is. En of je nu niet toch twijfelt aan mij, mijn intenties of mijn professionaliteit. Doodvermoeiend.. En ik weet, voor velen zo herkenbaar..

 

Een buitenkant kan mensen er van weerhouden moeite te willen doen om de binnenkant van jou te leren kennen en daarmee wordt hen wellicht iets prachtigs ontnomen!

Elk mens is opgebouwd uit meerdere en diepere lagen. En in sommige gevallen kan een buitenkant echt anders zijn dan een binnenkant. Het is een ontwikkelpunt om die buitenkant wat meer te synchroniseren met de binnenkant. Eerlijker ook. Voor de ander, maar zeker ook voor jezelf. 

 

Ken je mij? Wie ken je dan? 

Kennen wij jou? Wie kennen wij dan?

 

Het loont soms de moeite om verder te kijken dan die buitenste laag. 

Probeer eens iets vaker die (zogenaamd) onschendbare buitenste laag die mensen er van weerhoud om je écht te kunnen zien, poreuzer te maken. Zodat het inkijkje in wie jij echt bent zichtbaar wordt en mensen prachtige én herkenbare zaken zullen zien. Mensen moeten immers ook wel de kans krijgen om jou echt te leren kennen.. Deze woorden zijn wellicht het allermeeste op mezelf van toepassing. ‘Life is a jerny’, zal ik maar zeggen. En ik ben nog onderweg.. 😉

Mijn vader

Mijn vader loopt nog met me op

Ook al is dat dan niet echt

Ik hoor zijn stappen naast me

En versta wat hij me zegt


Mijn vader is een deel

Van wie ik vroeger was

Van wie ik nog zal zijn

Zijn stem is mijn kompas

 

Mijn vader is niet hier

Op aarde, echt bij mij

Maar hij is in de hemel

Met Jezus heel dicht bij

 

Mijn vader kende Jezus

En had er moeite mee

Om Zijn Liefde aan te nemen

Dus geloofde ik voor twee

 

Ik geloof dat Hij mijn vader

In Zijn open armen nam

Op die dinsdag in oktober

Toen mijn lieve vader,

Thuis kwam..

Kan ik iets voor jou doen vandaag?

Kan ik iets voor jou doen vandaag?

 

Het is een simpele vraag. Heel ingewikkeld is het niet.. Vanochtend bedacht ik me dat, als het op de praktijk aankomt, ik deze vraag best wat te weinig stel. Wat ik wél regelmatig zeg is: ‘Als ik je helpen kan dan roep je maar hoor!’ Ook goed toch? Of misschien toch wel erg vrijblijvend? Eigenlijk wel misschien. Je weet vaak wel dat wanneer je zoiets zegt, de ander niet heel snel geneigd is om ook echt om hulp te vragen. ‘Nou ja, ik heb het in ieder geval wel aangeboden’. En zo is het ook wel natuurlijk.

‘Kan ik iets voor jou doen vandaag?’

Misschien stel ik die vraag ook niet vaak genoeg aan specifieke personen omdat ik het gevoel heb dat zij het zelf ogenschijnlijk prima onder controle hebben. Waar zou ik ze dan nog mee moeten helpen? Hoezo zouden ze daar op zitten wachten? Wat zou ik überhaupt dan kunnen doen?

‘Kan ik iets voor jou doen vandaag?’

Iemand vroeg ooit eens aan mij: ‘Ben jij iemand die dienend (dienstbaar aan een ander) is?’ Ik besefte dat ik op dat vlak wellicht nog wel wat te ontwikkelen had. Niet dat het feit dat dat bij mij iets minder karakteristiek is nou meteen zo erg zou zijn. Maar het is wel een heel mooie eigenschap om verder te ontwikkelen op een manier die bij je past.

‘Kan ik iets voor jou doen vandaag?’

Deze gedachten bleven zo wat resoneren in m’n hoofd. En ik besloot om een aantal (juist niet erg voor de hand liggende) mensen deze vraag gewoon te stellen. ‘Kan ik iets voor jou doen vandaag?’ En dat voelde eigenlijk best al heel goed. Deze vraag zal ik dus eens wat vaker gericht gaan stellen. En misschien is het antwoord: ‘Ja, wat fijn!’ En misschien is het antwoord: ‘nee’ of: ‘vandaag eigenlijk niet’.

En dat is helemaal oké. Maar alleen al het oprecht stellen van deze vraag is in alle tijden, maar zeker in de tijden van nu, misschien wel van veel meer waarde dan je je nu kunt bedenken..

Paniekaanval

Paniekaanval

Vanochtend had ik een regelrechte paniekaanval.

Omdat ik echt even niet wist hóe ik morgen (als ik ook nog gewoon (thuis) moet werken en Allard er ook niet is) alle ballen in de lucht moest gaan houden. De kinderen gaan, in plaats van werken met wat herhalingslessen op werkbladen, weer echt door met hun werk. En dus liggen alle boeken en werkschriften nu thuis en moeten we daarmee aan de slag gaan. Ik wist even niet goed hoe. Het thuisonderwijs geven aan de kids, lessen die in boeken óf op 5 verschillende online omgevingen kunnen staan (en hóe weet ik nou waar welke les staat) én werken. EN WAAROM HEB IK 36 VERSCHILLENDE WACHTWOORDEN NODIG EN DOET DE FLASHPLAYER HET INEENS NIET MEER?!?!

Boem. Licht uit. Paniek. Janken. Mislukkeling. Waarom kan ik dit niet? Ik moet dit toch gewoon kunnen? Ik faal. Als moeder. Als echtgenote. Als werkneemster, collega. Als bemiddelingsmedewerker van 80 gastouders en de ouders die op mij rekenen. Ik zou een waardeloze moeder zijn én een waardeloze collega. Ik zou vast iedereen teleurstellen want hóe kan ik dat nou allemaal goed doen?

Later. Later als ik weer een beetje adem wijst Allard me op mijn gedrag. Over het niet meer voor rede vatbaar zijn. Over het effect dat dat op anderen heeft. En geeft hij me tips. En dan valt langzaam de zwaarte wat van mijn schouders.

‘S middags kijk ik naar een overdenking op Facebook. Zoals ik dat de afgelopen dagen vaker deed. Elke dag een stukje uit de bijbel. En terwijl ik uitgeblust op mijn bed lig te kijken en de woorden binnen laat komen voel ik weer échte rust en denk ik: ‘waarom zocht ik het vanochtend niet bij Hem?’ Waarom dácht ik er niet eens aan om me heel even terug te trekken en mijn focus op Jezus te leggen. Om te vragen om rust. En wijsheid. En geduld. Wat zou er zijn gebeurd als ik dat wél gedaan had?

En daar was de les die ik dus leren mocht vandaag; Vergeet Jezus niet als je het gevoel hebt dat je het zelf echt niet meer kan. Betrek Hem en vraag om hulp. Vernieuw je met Zijn kracht als het even op is. Het had me vast geholpen als ik even op adem gekomen was bij Hem. Niet alle uitdagingen zouden als sneeuw voor de zon zijn verdwenen. Maar ik had het zeker weten wél anders benaderd als ik mijn hart met Zijn vrede en rust had laten vullen.

En nu? Nu heb ik aan mijn fijne grote tafel, in mijn heerlijke keuken drie werkplekjes klaar gezet. Met hun nieuwe, vandaag gevulde etuitjes. De indeling van hun werk verdeeld zodat ze om beurten met de laptop kunnen werken. Hun boeken liggen klaar en er is privacy gecreëerd door een gezellig bloemetje dat tussen ze in staat.

En nu ga ik morgen gewoon mijn best doen. Gewoon mijn best.

Houd vol!

‘Het Geloof’

‘Het Geloof is veroordelend, sluit buiten en accepteert mensen alleen als zij voldoen aan haar voorwaarden’

Nee, natuurlijk niet! Maar het is voor een deel van de mensheid wel hoe er onder andere over ‘DE gelovige’ wordt gedacht. Ik merkte dat vandaag ook weer. In een programma waarin aspirant politieagenten werden gevolgd vertelde een vrouwelijke politieagent over haar ervaringen binnen haar gezin toen zij na lang wikken en wegen uit de kast kwam. Na een rot tijd op een christelijke school vertelde ze haar ouders over wie ze is. Haar gelovige vader heeft het er tot aan de dag van vandaag moeilijk mee. Haar gelovige schoonzus zei haar dat ze haar geaardheid veroordeelde. De agent had het zo moeilijk in de opleiding. Ze worstelde met deze trauma’s uit haar verleden. Het was duidelijk dat ze lijd onder de houding die haar gezin heeft aangenomen en hoe ze moet vechten voor haar plekje binnen het gelovige gezin.

Zo vreselijk verdrietig.

Tijdens het beluisteren van haar verhaal begon ik -angstig- de generaliserende commentaren van menig Nederlander al te horen in mijn hoofd. Over hoe ‘Het Geloof’ het leven van dit meisje, want dat was ze eigenlijk nog, vergald had. Hoe het geloof dit meisje kapot heeft gemaakt. Hoe het geloof verdeeld en verscheurd. ‘Het Geloof’; oorzaak van oorlogen, terrorisme.

Ik weet dat er vaak zo wordt gedacht. Ik heb het vaak genoeg gehoord, gelezen. En daar zit ik dan. Als gelovige. Een christen die volgens mij helemaal niets kapot maakt. Die probeert zoveel mogelijk uit Liefde en compassie te leven en te handelen. Die probeert om de Liefde die Jezus ons gaf door te geven. Met vallen en opstaan. Ja, dat wel.. Maar Jezus zei: ‘Heb elkaar lief’. Niet: ‘Heb elkaar lief, behalve ….’

Nee, ik geloof niet dat het geloof dit meisje heeft beschadigd. Volgens mij hebben een aantal individuele mensen dat gedaan. Wrang in dit verhaal is dat dat juist de mensen zijn die voor haar het belangrijkste zijn. Wat jammer.. Wat was het mooi geweest als zij juist zónder oordeel en uit naam van Jezus vanuit Liefde en compassie hadden gereageerd. Wat een getuigenis van Jezus’ alomvattende Liefde had dat kunnen zijn!

Het geloof wordt vaak veroordeeld als het negatief in het nieuws komt zoals in dit voorbeeld. En aan de andere kant maar zo zelden erkend als bron van mooie dingen die ook gebeuren uit naam van het geloof. Als ik kijk naar wat bijvoorbeeld Het Leger des Heils doet. Voor álle mensen. Gelovig, niet gelovig, donker, blank, man, vrouw, allochtoon of autochtoon. Naar het voorbeeld dat Jezus gaf. Vanuit ‘Het Geloof’.  Mijn kinderen leren op hun christelijke school liedjes over Liefde, acceptatie, aardig zijn en omzien naar elkaar. Ze horen verhalen over samenwerken, helpen en voor elkaar opkomen. Het ontroert me steeds weer als ik mijn zoontje uit volle borst; ‘Een rivier vol van vrede. Een fontein vol van blijdschap. Ik heb lief als mijn Jezus in mijn hart’ hoor zingen. (ja, na de 400-ste keer ís het soms wat irritant aan het worden. Nobody’s perfect!).

Ook dat is ‘Het Geloof’. Of in ieder geval; Mijn Geloof. Waarin ik ver, heel ver van perfect ben, maar in ieder geval probéér een ieder Lief te hebben. Iedereen, niemand uitgezonderd…

galaten-5-14-2

Praise United

Of het, nu ik voor de tiende keer meedoe, niet een beetje gaat vervelen. Ik begrijp de vraag op zich wel. Maar het antwoord is volmondig -nee-. Bij elke nieuwe start ben ik een beetje nerveus. Geen nare nervositeit, meer verwachtingsvolle nervositeit. Alsof je bij iemand die je nog niet kent op bezoek gaat. Je komt op bezoek in een kerkgebouw van een gemeente. Ontmoet daar de mensen van die gemeente en die van omliggende gemeenten. En het maakt niets uit in welke plaats we komen (mijn PUmaatje en ik gaan altijd samen) want overal zijn we welkom. Bij elk project ontmoeten we nieuwe mensen en worden tijdens de vier repetities nieuwe gesprekken geopend, hoor ik de mooiste en indrukwekkendste verhalen. Bijzonder hoe mensen binnen deze projecten zich zomaar open durven te stellen aan iemand die zij helemaal niet kennen. De pauzes zijn soms gewoon te kort omdat je zó in gesprek bent. De volgende vraag -of beter- opmerking, die ik wel eens krijg is: rijd je dan elke keer zo ver voor deze projecten? ‘Maximaal een uur’ hebben we afgesproken. En dus is het antwoord op die vraag dan ook -ja-. Waarom? Omdat ik daardoor dus zulke prachtige mensen mag ontmoeten. Omdat ik nog altijd geen éigen gemeente heb. Omdat ik me dan juist gemeente voel. Mijn geloof kan delen. En omdat ik meer dan ooit heb ervaren dat het samen zingen zo verbind. 

De avond van het concert is elke keer weer feest. De reacties van mensen na die tijd altijd zó hartverwarmend. Indrukwekkend als iemand je verteld hoe hij geraakt is. Hoe een lauw hart weer aangevuurd werd. Heerlijk om te mogen uitdelen én te ontvangen voor, tijdens en na het concert.

Gisteravond hebben we weer zo’n heerlijke avond beleefd op Urk. Ik mocht een lied zingen dat gaat over het volgen van het voorbeeld dat de Schepping en Jezus zelf ons geven. ‘Als de hele schepping in aanbidding zingt, dan zal ik dat ook doen’. En dat doe ik dus. Zó graag en nog steeds binnen Praise United.

De zin: ‘U stierf om elk kostbaar kind te redden. Als U Uw leven gaf om hen te redden, dan zal ik dat ook doen’, sloot zo prachtig aan bij de opbrengst van de collecte voor Compassion. Bijna drie duizend euro om een jong kind uit de Dominicaanse Republiek te helpen voordat het in armoede terecht komt. Wauw!

Nee dus lieve mensen, het verveelt nog steeds niet.. (Sorry!)

 

 

Als jij dat wil..

Ik wilde wel. Met mijn hele hart wilde ik -ja- zeggen. Wilde ik Zijn cadeau dat me zomaar aangereikt werd met twee handen aannemen. Maar ik durfde het niet. Of beter: ik voelde me bezwaard om het aan te nemen. Om überhaupt aan te nemen dat Zijn cadeau -Zijn genade en Liefde- wel voor mij bestemd was. Als ik om me heen keek naar al die mensen die ik had leren kennen dan vond ik het heel logisch en begrijpelijk dat zíj het cadeau hadden ontvangen én aangenomen. Ik kon me heel goed voorstellen dat deze mensen in volle overtuiging konden zeggen dat Jezus ook voor hen aan het kruis was gestorven. Dat Zijn genade voor hen was. Dat zij ‘lid mochten zijn van Zijn inner-circle’. Maar ik? Ik met mijn verleden? Ik met mijn grote mond, mijn geloofsleven wat een zooitje was en mijn egocentrische aard? Ik wist hoeveel er mis was in mijn relatie met God en ik wist ook dat ik simpelweg té weinig deed om in die relatie te investeren. Mijn geloof was een stil deel van mijn leven. En dan had ik het nog niet eens gehad over mijn verleden. Over die periode waarin ik alles deed waarvan ik wíst dat God het niet oké zou vinden. En ergens bleef er toch wel steeds dat lijntje met Hem.

Toen Jezus van Zich horen liet, toen Hij me aansprak op het moment dat ik deed wat ik het állerliefste deed, kon ik er echt niet meer omheen. Hij wil me terug. Maar waarom? Hoezo ik? Ik heb het vast niet goed verstaan? Wat zullen andere christen wel niet denken? Ik weet veel te weinig van de bijbel. Ik ken al die liedjes niet. Ik heb geen talent voor gebed. Hoe kan Hij nou op míj zitten te wachten? Ik ben toch niet christelijk genoeg? Ik ben toch niet zoals zij? Hij wil mij écht niet!

Kind, Ik zie je dagen
leeg van binnen glimlach je vol schijn
mag Ik vragen: wie hou je eigenlijk voor de gek?
vluchtend zonder reden
bang voor Mij omdat je stiekem denkt
dat het nu over is

Maar als je wil
is er een weg terug
terug in Mijn armen waar jij geborgen bent
als jij dat wil, is er een weg terug
ik wil je vergeven en ik je leven zijn

Kind, Ik hoor je denken:
‘God heeft me nu echt laten gaan’
mag Ik vragen: wie hou je eigenlijk voor de gek?
niets kan ooit verhinderen
dat mijn hart vol liefde voor je brandt
omdat Ik je Vader ben

En als je wil
is er een weg terug
terug in Mijn armen waar jij geborgen bent
Als jij dat wil, is er een weg terug
Ik wil je vergeven en in je leven zijn

Kom terug, belijd je zonden
Ik leg Mijn handen op je wonden
wees gerust, de prijs is al betaald
Jezus is voor jou gekomen
opdat je leven zou met Mij
leven voor altijd…

Mijn hart dat roept:
Ik wil je nu terug,
terug in Mijn armen waar jij geborgen bent
als jij ’t ook wil, kom dan maar snel terug

Ik wil je vergeven
Ik wil je vergeven
Ik wil je vergeven

Nu ik vier jaar verder ben realiseer ik me zo wat de impact van dit liedje voor me is geweest.

‘Als jij dat wil’.

Dáár draait hem om. Jezus zélf wil namelijk niets liever. In alles wat je meemaakt, wat je uitgevreten hebt, waar je soms de plank mis sloeg, waarin je jezelf verloren was, in dat alles blijft Jezus liefdevol verlangen naar jouw terugkomst. Ongelooflijk he? En toch is het écht waar. Met open armen wacht hij op je. Ik kon dat niet geloven. Hoe dan? Hoezo wacht Hij op mij? En toch deed Hij dat. En het enige, echt het énige dat ik moest doen was het gewoon wíllen. Terug wíllen gaan. Zeggen: ‘Oke dan, als U het dan zo graag wilt, dan wíl ik het ook. Dan wil ik terug naar U, naar de Bron. Hier ben ik dan’. Er staan nog veel meer prachtige en ware woorden in dit lied. Maar ik besefte me dat het begin is: ‘Als jij dat wil’. Als jij dat wil; Keer je om. De weg terug in Zijn armen. En Hij zorgt wel voor de rest (ook zo’n tof liedje!) ‘Ik wil je vergeven, en in je leven zijn’.  Wát een cadeau hè..

 Klik op de afbeelding voor het lied

Het overgrote deel van de mensen in mijn leven zijn niet christelijk. Hebben geen connectie met God, Jezus en de bijbel. Binnen mijn familie, vrienden, en andere contacten zijn er dus maar weinig christenen met wie ik mijn geloof kan delen. Deze mensen weten ook allemaal dat ik wél christen ben. Al mijn hele leven. Vier jaar geleden ontstond er echter een hele grote verandering in mijn christen zijn. Er kwam een intense verdieping in mijn geloof en dat heeft mij veranderd. Soms is het voor mij wat lastig om uit te leggen wat er precies gebeurde. Het was voor mij zo’n duidelijke gebeurtenis met zo een intens gevoel dat ik er met geen mogelijkheid omheen kon toen God me riep tijdens mijn allereerste deelname aan Praise United. Naderhand was ik in de war en begon een periode van intensief zoeken. Naar een persoonlijk band met Jezus, naar geloofsgenoten en naar manieren om te kunnen zingen voor God. Martin Brand is hierin een enorme hulp en inspirator geweest. Ik mocht deelnemen aan zijn projecten, veel zingen en ik heb daardoor zóveel mensen leren kennen. En van hen zoveel mogen leren en ontwikkelen. Ik kwam op veel verschillende plekken en de verandering in mijzelf zette gestaag door. Soms verloor ik mezelf in mijn nieuwe leven, maar dan krabbelde ik weer op en vond ik weer richting. In de eerste plaats door Jezus zelf, maar ook door de mensen om mij heen. Mensen die moesten wennen aan de verandering in mij. Die wellicht het tempo waarin ik veranderde niet konden volgen. Zich zorgen maakten. En soms was dat terecht.

Ik realiseer me dat mijn verandering consequenties heeft voor mijn relaties. Er zijn immers andere prioriteiten in mijn leven. Er is voor een deel een andere invulling van tijd gekomen. Er is Iemand die de hoogste plek in mijn leven inneemt. Natúúrlijk heeft dat gevolgen. Het maakte mij soms bang. De invloed van wat er met mij gebeurde trok een wissel op relaties. Op mijn huwelijk. Mijn vriendschappen. Ik wilde ze niet verliezen. Maar ik wilde -nee, móest- ook gehoor geven aan de roep van Jezus. Ik kon alleen maar luisteren naar mijn geliefden, met hun feedback aan de slag gaan en bidden. Ik bad: ‘Heer, U heeft mij met deze mensen samengebracht. En wat U samenbrengt kan geen mens scheiden’. Met de hulp van God én het feit dat Hij mensen in mijn leven heeft gebracht die me ondanks alles niet los laten, me toejuichen, aanmoedigen én in het hier en nu houden, zijn zij er nog. En heb ik ook van hen zoveel mogen leren. Ik zeg wel eens dat ik mijn geloof niet met hen kan delen. Maar op 1 september mocht ik me laten dopen. En zij waren er. Stuk voor stuk.. Mensen die niet iets hebben met Jezus. Maar wél met mij. Hoe kan ik dan zeggen dat ik dat deel van mijn leven niet met ze delen kan?

Wat wil ik hier nu mee?

Ik weet dat het doodeng kan zijn om je leven aan Jezus te geven. Omdat je tegen onbegrip kunt aanlopen. Omdat er mensen zijn die zeggen dat je in sprookjes gelooft. Dat religie de bron van ellende is. Dat je door je geloof te belijden iets zou zeggen over de waarde van anderen. En dat het simpelweg dom, goedgelovig en volstrekt buiten de realiteit is. Dat het gewoon zó niet cool is. En dat kan je tegenhouden om tóch volmondig -ja-  te zeggen. Als al deze bezwaren je naar beneden halen en je weerhouden van het maken van die keuze dan wil ik je uitdagen om toch te leren vertrouwen op God en op de mensen die het dichtste om je heen staan en die Hij zélf in jouw leven heeft gebracht. De mensen die er in jouw leven écht toe doen. Neem ze mee in jouw proces op de momenten dat zij daarvoor open staan. Niet op bekerings-missie gaan, maar vertel zo nu en dan over wat er met je gebeurd. Wat en waarom het je zo blij maakt. En sta open voor het proces van de ander. Bid en voor je het weet staan die allerliefste mensen langs de waterkant om getuige te zijn van het moment waarop jij de belangrijkste keuze van je leven maakt. Zie je oprechte, blije blikken in hun ogen. Nemen ze je in hun armen en zeggen ze dat ze zo trots op je zijn. En in die blikken kun je, als je goed kijkt, steeds weer een stukje God zien.. Zegen!

dopen

Ik ben veranderd. Sommige mensen die wat verder van mij af staan vinden dat misschien lastig. Dat begrijp ik. Als je me er iets over vragen wilt, dan kan dat natuurlijk altijd!

Eindejaarsrelaas 2018

Zo. Inpakken en wegwezen met 2018. Natuurlijk had Allard gelijk toen hij zei dat het feit dat de klok aangeeft dat het 0:00 uur is geweest de gebeurtenissen uit 2018 niet verdwenen zijn. Nee, en voor een aantal zaken is dat maar goed ook. Maar toch voelt een nieuw jaar altijd weer als een verse start.. Een nieuwe kans, opnieuw beginnen.

2018 zal voor altijd het jaar zijn waarin ik mijn vader verloor. Het jaar waarin ik hem heb weggebracht naar de plek waar hij zou sterven. Nooit hadden we dat van te voren kunnen bedenken. Of op die dag, dat ik hem daar achter liet. De bezoekjes aan hem terwijl hij slechter en slechter werd. En toen de uiteindelijke dag van zijn sterven. Die ik zo intens beleefd heb met mama en Ferdinand. Maar ook met God. Hij was dichtbij me. Samen met mama heb ik papa zo dicht mogelijk bij God gebracht. Ik hoop dat hij het laatste stapje zelf heeft gezet.
We zijn nu 2,5 maand verder. Het gaat goed. Ik mis hem. Maar, -ja- het gaat goed. Het blijft zo ontzettend jammer dat hij al zo vroeg moest overlijden. Maar ik zie dat het met iedereen om mij heen eigenlijk best goed gaat. En ik voel dat dat met mij ook zo is. Op een andere manier is papa dicht bij me en gaat hij altijd met me mee..

2018 was dus een verlies-jaar. Niet alleen voor mij. Vreselijk nieuws over de gezondheid van een van onze vrienden. Het niet zo goed weten hoe we daar goed mee om kunnen gaan. Het proberen je niet op te dringen en er toch te willen zijn..
Het sterven van Harm sr. was ook intens. Moeilijk om je lieve vrienden te zien in het verdriet waar je zelf eigenlijk ook nog midden in zat. Wat een troost om te zien hoe onze meiden elkaar tot steun waren.  Hoe bizar om enkele weken na elkaar met onze vriendengroep weer een crematie te moeten meemaken.

Maar juist die vrienden maken het allemaal zo draaglijk. En zo mooi om te weten dat zij er altijd zullen zijn. Soms wat vaker, soms wat minder. Maar nooit met twijfel. Dank voor alles dat jullie doen..

Mijn waanzinnige gezin.. Zij geven mij zo veel Liefde. En ruimte om te kunnen zijn wie ik ben en te kunnen doen wat er op mijn hart ligt. Ik ben zo rijk met hen.. Zo trots op hen. Allard, voor jou heb ik soms geen woorden. Ik ben je niet waard. 🙂 Ik hou zo van je..

God was en bleef centraal staan in 2018. En ook in 2019 neem ik Hem weer mee. Ik mocht zo dichtbij komen tijdens de paas tour en in het Jozef project. Ik heb fantastische nieuwe mensen leren kennen. Ik heb de meest bijzondere momenten meegemaakt tijdens Jozef. Tussen de voorstellingen, tijdens de bidstonden waar vaak heel mooie dingen gebeurde. Waarin ik werd getroost. Waarin ik troosten mocht. Waarin ik intense Liefde van God voelde. Ik heb zo enorm gelachen, gedanst en gezongen.
Het jaar dat zo veel verdriet kende werd hierdoor voor mij zo enorm mooi afgesloten.

In nu stap ik 2019 in. Zonder papa, maar met een ieder ander die me zo lief is. Met een hele bups nieuwe vrienden die ik hopelijk snel weer zie. Met mijn sterke mama, mijn grote broer en mijn 5 liefdes thuis. En met God. Natuurlijk!

Dag 2018. Dikke doei! Ik dans 2019 in….

Papa

Je was ziek. Maar nog niet zo ziek dat je er nu al meteen aan dood moest gaan. En daarom ben ik het er dan ook helemaal niet mee eens dat dat nu wel zo is. Want het feit is dat je dood bent. En hoe vaak ik dat in de afgelopen weken ook al hardop heb gezegd, ik kan er nog steeds niet echt bij. Of ik wil er niet bij of zo. Alle clichés die worden benoemd en die ik zelf ook zeg kunnen dat ongeloof toch niet helemaal bij me wegnemen.

Het kakke van een cliché is dat ze meestal waar zijn. En dus zou je denken dat dat dan ook best een hoop verzacht. En ach, dat doet het eigenlijk ook wel. Want er ís jou nu eenmaal een hoop aftakeling bespaard gebleven. Er ís nu eenmaal ook een hoop zorg weggevallen. Mama’s toekomst ís nu weer wat vrijer en ze kómt nu weer meer tot zichzelf. Maar ik ben het er gewoon nog niet mee eens. Eigenlijk is dat nu, 3 weken na jouw overlijden, de conclusie die ik trek. Dat ik het allemaal zo intens jammer vind en dat ik het er niet mee eens ben.

De laatste 7 weken voor jouw sterven waren voor jou zo moeilijk te begrijpen. Je voelde je misschien alleen gelaten en wilde gewoon zo graag naar huis. En elke keer moest ik antwoorden dat dat niet kon. ‘Oh, jammer’, zei je de laatste keer dat ik je sprak. ‘Oh ja papa, dat vind ik ook zó jammer. Maar ik houd heel veel van jou’.

‘Ach pappie’, schreef ik op jouw kist. Ach pappie. Wat had ik je nog graag zoveel langer bij me gehad. Zoals je was voordat die ellendige FTD bezit nam van jouw prachtige zelf. Wat hadden we nog veel willen doen. Jij en ik. Jij en mama.

Het mocht niet zo zijn. En daarmee moet ik verder. Je kent me en jij weet dat ik dat kan. En dat weet ik zelf ook. In tegenstelling tot de afgelopen jaren waarin onze verhoudingen omgekeerd raakten ben je me nu weer vooruit. Ben jij nu verder dan ik. Voelt het nu alsof jij weer voor mij kunt ‘zorgen’. Mijn eerste optreden na jouw overlijden was al een paar dagen na jouw dood. Vrij onvoorbereid stond ik, druipend van het zweet, ‘Lopen op het water’ te soleren. Ergens was het fijn dat ik daarop niet voorbereid was. Hoewel mijn eerste reactie was dat ik dat écht niet wilde en ook niet kon besloot ik toch om het te doen. Ik kon me richten op jou. Want jij hoorde me zo graag zingen. En dus was dat liedje voor jou. En vanaf nu is elk liedje voor jou. Ook als ik het vergeet te zeggen.

Ik ben het er niet mee eens pap. Ooit zal het goed zijn in mijn hart. Ooit zal verdriet veranderen in ontroering en melancholie. Maar nu, nu voel ik verdriet. En heel veel Liefde. En met jou in mijn hart en de onmisbare troost en kracht van mijn God zal ik weer lopen op het water.

https://youtu.be/amsbJvpa9rY